zondag 30 maart 2014

"If he does not beat you, how do you know he loves you?" Een beeld van vrouwenopvang in Lahore (Pakistan)


Bijdrage van Josette Dijkhuizen, 30 maart 2014

De uitnodiging van Trade Development Authority of Pakistan om te spreken op een congres voor vrouwelijke ondernemers nam ik graag aan. Niet alleen om deze vrouwen te inspireren en geïnspireerd te worden, maar ook om te zien en te horen wat er speelt op het gebied van de opvang bij huiselijk geweld. Dat lijkt een vreemde interesse als je je bezig houdt met ondernemerschap, maar gezien mijn project Krachtbedrijf is dat niet vreemd. Voor meer informatie over Krachtbedrijf zie: http://www.josettedijkhuizen.nl/index.php/nieuwsitems/253-krachtbedrijf-voor-vrouwen-in-vrouwenopvang-en-ondernemerschap.html 

Na een gesprek met Fauzia Viqar - Chairperson Punjab Provincial Commission on the Status of Women - werd pijnlijk duidelijk dat er binnen de opvang nog het nodige op het ‘to do’ lijstje staat. Dit werd zichtbaar tijdens mijn bezoek aan een Dar-ul-Aman in Lahore, een door de overheid gefinancierd opvanghuis. Deze lokatie is één van de 34 Dar-ul-Amans in Punjab en gaf op dat moment onderdak aan ruim 60 vrouwen en bijna 20 kinderen. De vrouwen verblijven slechts 1 tot 2 weken en keren daarna weer terug naar hun gezin. Ze hebben geen andere optie dan terug te gaan. De kinderen zijn veelal nog bij de vader en de vrouw heeft gewoonweg geen andere plek om naar toe te gaan. Nieuwe woningen ter beschikking stellen is in deze overbevolkte stad geen optie. Het bijkomende probleem dat 60 tot 70 procent van de vrouwen in deze regio analfabeet is, helpt niet in hun economische zelfstandigheid en het opbouwen van een nieuw leven.

Slechts het topje van de ijsberg van vrouwen meldt zich bij de opvang. En als ze dan de moed hebben verzameld en zich melden, is de ondersteuning zeer beperkt. Er zijn een handjevol vrijwillige doktoren, psychologen en advocaten beschikbaar, maar dat zijn er veel te weinig. Middelen om meer experts in te huren, ontbreken.

Naast het gebrek aan adequate professionele hulp, zijn er problemen op
het terrein van de huisvesting, cultuur en wetgeving. Qua huisvesting zijn de opvanghuizen vaak overbezet en de condities zijn erbarmelijk. Het huis dat ik bezocht, had slaapzalen waar meerdere vrouwen bij elkaar in een bed moesten slapen dat van ellende was doorgezakt. Een gebrek aan voedsel, slechte hygiëne en mishandeling zorgen er voor dat de veilige haven voor herstel ontbreekt.
In de cultuur van Pakistan is een veel voorkomende stelling dat je bij je man hoort te blijven, ook als hij klappen uitdeelt en je mishandelt. Het is ook ‘not done’ om de vuile was buiten te hangen en een vrouw die klaagt over het geweld van haar partner wordt vaak verweten dat ze wel erg overdreven reageert… Dus het gezegde "If he does not beat you, how do you know he loves you?" is niet alleen symbolisch…

Op het terrein van de wetgeving en uitvoering daarvan waren mijn gesprekspartners positiever. In Punjab, waartoe Lahore behoort, is wetgeving op geweld tegen vrouwen en meisjes van kracht en de media heeft een positieve rol gespeeld in het vergroten van de bewustwording van het thema. In de rechtsgang is nog niet veel vooruitgang geboekt, maar wel in de aandacht voor het thema partnergeweld. Laten we met elkaar het thema wereldwijd op de kaart blijven zetten en blijven strijden voor deze vrouwen. Ze verdienen een leven zonder geweld.


zaterdag 29 maart 2014

WAVE Jaarverslag 2013

Bijdrage van Liesbeth van Bemmel

Het WAVE-network is het Europeze netwerk voor de vrouwenopvang en andere ngo's die zich inzetten voor het stoppen van geweld tegen vrouwen. WAVE staat voor: Women Against Voilence Europe. Vanuit de vrouwenopvang in Nederland participeren we actief in het netwerk, dat tevens onderdeel is van het wereldwijde netwerk van de vrouwenopvang: Global Network of Women's Shelters.

Het jaarverslag van het WAVE network is te lezen is te downloaden via

 http://wave-network.org/sites/default/files/WAVE_Jahresbericht_130314_0.pdf

CSW58 Agreed conclusions

Vervolg op berichten van Aleid van den Brink en Riekje Kok vanuit New York.

De 58ste bijeenkomst van de Commissie Satus of Women (CSW58) die van 10 tot 21 maart in New York werd gehouden, is succesvol afgerond met overeengekomen conclusies.

Kort samengevat beteken de conculsies het volgende:

Agreed conclusions put forward, among others, the need to address issues related to violence against women, sexual and reproductive rights, unpaid labour, women’s empowerment and ownership of assets and land. The agreed conclusions also call for the need for a stand-alone goal on gender equality and women's empowerment in the post-2015 development agenda, and a mainstreaming of gender equality in all other goals. Violence against women was stressed as a crucial target area, and its elimination, a global priority.

 
After two intense weeks of negotiations,  the agreed conclusions have been welcomed as a success. Information on resolutions adopted at CSW58 is also available at http://www.unwomen.org/en/csw/csw58-2014/session-outcomes

 



 

woensdag 26 maart 2014

Safe Return in Nigeria: Nederlandse Ambassade/IND en Immigration Services

Bijdrage van Trijntje Kootstra over werkbezoek aan Nigeria, dag 5
21 maart 2014

 De laatste dag van ons werkbezoek aan Nigeria is aangebroken en net als alle andere dagen is ook deze laatste dag tot de nok toe gevuld. In de ochtend brengen we eerst een bezoek aan een cliënte in het winkeltje dat ze met ondersteuning van COSUDOW heeft opgezet. Al voor vertrek naar Europa was ze opgeleid als naaister en dit beroep heeft ze na terugkeer weer opgepakt. Omdat de opstart lastig is, verkoopt ze ook popcorn. Direct na terugkomst heeft ze acht maanden bij de zusters doorgebracht. Daarna heeft COSUDOW voor haar een appartement gehuurd met financiële ondersteuning van Caritas Italië en haar geholpen met de winkel. Het blijft een hard bestaan, en garanties zijn er niet, maar het is wel een kans die haar geboden is. Haar winkeltje en kamer bevinden zich in een veilige volksbuurt waar we na het bezoek zelf ook nog een kijkje nemen.

Daarna springen we weer in het busje van COSUDOW, dat oorspronkelijk door IOM is geschonken, en beginnen aan de lange reis naar Victoria Island, waar de dependance van de Nederlandse Ambassade zich bevindt. Onze chauffeur Sunday, die bij COSUDOW in dienst is, kan niet lezen of schrijven, maar rijden kan hij gelukkig wel en hij loodst ons behendig door het verkeer.

Bij de Nederlandse ambassadekantoor in Lagos worden we ontvangen door de ‘immigration liaison officer’ (ILO) die door de IND, dus het Ministerie van Veiligheid en Justitie, in Lagos is gestationeerd. We hebben hem woensdag al leren kennen tijdens de ronde tafel en hebben vandaag de tijd om wat uitgebreider met elkaar van gedachten te wisselen.

Deze ILO werkt sinds twee jaar in Lagos, daarvoor zat hij in Kenia voor hetzelfde werk. In totaal heeft de IND 13 ‘immigration liaison officers’ gestationeerd over de hele wereld om illegale migratie te voorkomen en slachtoffers van mensenhandel te signaleren vóór vertrek. De ILO traint en adviseert onder andere luchtvaartmaatschappijen, medewerkers van de Nigeriaanse immigratiedienst, ambassadestaf en ‘handling agencies’, zoals bijvoorbeeld het grondpersoneel van luchtvaartmaatschappijen die via een lokaal bedrijf werken. Ook is hij meerdere avonden per week op het vliegveld in Lagos aanwezig om ter plekke te observeren en medewerkers te begeleiden. Ook hij geeft aan dat er de laatste tijd veel Nigeriaanse vrouwen naar Rusland vertrekken en naar het Midden-Oosten, zoals Dubai.

Regelmatig komt het voor dat de ILO de luchtvaartmaatschappijen negatief adviseert over het wel of niet meenemen van reizigers. ‘Red flags’ zijn bijvoorbeeld een meisje dat uit Benin City komt, voor het eerst naar het buitenland reist, aangeeft dat ze ‘iets met mode’ gaat doen, maar nauwelijks Engels spreekt. Of een jongen die via een ingewikkelde route naar Algiers reist, maar waarschijnlijk de bedoeling heeft om in Parijs uit te stappen. De ILO heeft de indruk dat de rechtstreekse route via KLM naar Amsterdam aardig is ‘opgedroogd’ door betere controles op het vliegveld in Lagos, maar dat veel slachtoffers via een omweg reizen, met andere luchtvaartmaatschappijen en veel stopovers onderweg. Als wij aangeven dat veel cliënten ons vertellen dat zij niet zelf de beschikking hadden over hun paspoort, merkt hij op dat het wel degelijk mogelijk is om de douane in Nigeria te passeren waarbij de handelaar de paspoorten vasthoudt. Sowieso waarschuwt hij voor corruptie op het vliegveld onder laagbetaalde douaneambtenaren. Standaard worden bijvoorbeeld de koffers bij vertrek open gemaakt en moet voor een vlotte doorgang betaald worden. Toch staat Lagos niet (meer) op de lijst van ‘afschrift plichtige’ luchthavens wat Nederland betreft. Bij afschrift plichtige luchthavens zijn luchtvaartmaatschappijen verplicht om een kopie te maken van alle ID-documenten en de eventuele visa van de passagiers op het moment van vertrek. Als een passagier zich dan bij aankomst bij de Nederlandse douane meldt zonder papieren, kan worden teruggegrepen op de gemaakte kopieën. Voor Nigeria is dit op dit moment dus niet meer nodig wat de rechtstreekse route naar Nederland betreft.

Ook de ILO benoemt dat het bijzonder was dat alle relevante partijen er waren op de round table van woensdag; hij heeft dit nog niet eerder meegemaakt. Over NAPTIP merkt hij op dat zij beperkte middelen hebben om hun werk te doen, wat misschien het lage aantal slachtoffers verklaart dat daadwerkelijk met een re-integratiebudget wordt begeleid.

Een ander punt dat tijdens deze week door verschillende partners is benoemd zijn de ‘repatriëringsvluchten’. Dit zijn speciale vluchten die worden georganiseerd om mensen zonder verblijfsvergunning terug te brengen naar het land van herkomst. Wat re-integratie betreft, benadrukt de ILO dat het belangrijk is dat mensen zo snel mogelijk weer op eigen benen staan en dat werk in de informele sector vaak het beste past, vanwege de hoge werkloosheid in Nigeria. Hij raadt slachtoffers daarbij aan juist niet in de stad van herkomst een bedrijfje te beginnen, om te voorkomen dat de hele familie het vanzelfsprekend vindt ‘op de pof’ te mogen kopen.

Nadat we afscheid hebben genomen van de ILO beginnen we aan de terugreis naar Ikeja, over de grote brug die Victoria Island van het vasteland scheidt. Het duurt aanzienlijk langer dan op de heenweg, maar gelukkig is het nog geen spitsuur en staat de boel nog niet helemaal vast. Na een korte pitstop in het Ibis Hotel, waar we nog snel even de mail checken en online inchecken, gaan we voor de laatste keer naar het COSUDOW shelter om afscheid te nemen van de zusters. Intussen is het gaan stortregenen, voor ons een welkome afwisseling van de drukkende hitte (30° Celcius) en een goede voorbereiding op de terugreis naar Nederland, maar de zusters maken zich zorgen over de wegen en sporen ons aan om zo snel mogelijk naar het vliegveld te vertrekken. Dus stappen we voor de laatste keer met z’n allen, Sister Patricia, Sister Bibiana, chauffeur Sunday, assistent Anthony en wij vieren, weer in het busje. En het is inderdaad goed dat we op tijd zijn vertrokken, want vlakbij het vliegveld is de weg voor een deel ondergelopen. En hoezeer we het ook naar onze zin hebben gehad deze week in Nigeria, we willen toch ook wel weer naar huis!


 
Maar eerst volgt nog een laatste afspraak op het vliegveld, met de Immigration Service. De dame van de Immigratiedienst die woensdag bij de ronde tafel was heeft deze afspraak voor ons gemaakt met Gerald Dilibe, de ‘comptroller of immigration’ ofwel de hoogste baas van de Immigratiedienst op het vliegveld Lagos. Voordat we hem te zien krijgen, komt de ILO ons weer begroeten, want dit is een avond dat hij op de luchthaven werkt. Hij begeleidt ons langs de douane, samen met de geüniformeerde immigratiebeambten die door de heer Dilibe zijn gestuurd om ons op te halen. Onze koffers hoeven deze keer dan ook niet geopend te worden. Gerard Dilibe blijkt een zeer energieke man te zijn die zich sterk betrokken toont bij het onderwerp en ons hartelijk begroet. Zuster Patricia en hij zijn ook geen onbekenden voor elkaar en hebben al regelmatig met elkaar gesproken. Bovendien heeft hij een schat aan informatie over nieuwe bestemmingslanden. Gerard Dilibe observeert dat Nigeriaanse vrouwen de laatste tijd vooral naar Dubai, Rusland, Frankrijk, Cairo, Abu Dhabi, Maleisië en Zuid-Afrika vertrekken, met name om in de prostitutie te werken. Hij noemt het broodnodig dat er naast opvang wordt gewerkt aan een structurele oplossing en ziet die vooral in een intensieve preventiecampagne. Het wordt een geanimeerde afsluiting van een succesvolle week. Wat opvalt in het gesprek is dat de Immigratiedienst niet zo heel veel lijkt te weten van het werk van NAPTIP. Kennelijk kan hier nog wel wat worden gewonnen aan ketensamenwerking. De Immigratiedienst draagt terugkeerders die op het vliegveld eruit worden gepikt na een kort verhoor over aan NAPTIP voor opvang en begeleiding bij re-integratie, maar weet bijvoorbeeld niet hoe lang de cliënten vervolgens in het NAPTIP shelter blijven. Ook is hij niet op de hoogte van het feit dat cliënten het NAPTIP shelter niet kunnen verlaten tijdens hun verblijf. Met IOM werkt de Immigratiedienst ook samen, net als met COSUDOW en andere NGO’s.

Uiteindelijk zijn wij om 10 uur ’s avonds, een uur voor vertrek naar Nederland, klaar met alle gesprekken. We zitten boordevol indrukken en kijken samen terug op een geweldige week. We hebben naast de training heel veel cliënten en ketenpartners gesproken en hopen dat we, samen met COSUDOW, de basis hebben gelegd voor een samenwerking op langere termijn. Wij gaan ervoor!

maandag 24 maart 2014

Safe Return in Nigeria: NAPTIP

Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Nigeria, dag 4 deel 2
20 maart 2014

Na het prettige gesprek bij IOM reizen we meteen door naar het hoofdkantoor van NAPTIP in Lagos, dat om de hoek ligt. Ook hier passeren we een toegangspoort en moeten we ons bezoek inschrijven. We worden ontvangen door Joseph Famakin, de ‘Zonal Commander’ van NAPTIP in Lagos, en door Lizzy en Hajara, de twee maatschappelijke werksters die bij de training aan het begin van de week aanwezig waren. NAPTIP staat voor National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other Related Matters en is sinds 2003 actief als resultaat van het VN Palermo Protocol dat een nieuwe internationale definitie van mensenhandel vastlegde, inclusief te nemen wereldwijde maatregelen.

De heer Famakin is een voormalig politieman die nu de scepter over NAPTIP Lagos zwaait. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat het bloedheet is in zijn kantoor, aangezien er sinds de vroege ochtend al sprake was van een stroomstoring die nog maar net verholpen is en er geen warm water beschikbaar is. Gelukkig hebben we bij IOM al een smakelijk bakje koffie gehad, zodat we het nu prima kunnen doen met water en crackers. Joseph Famakin neemt uitvoerig de tijd voor ons en benoemt de verschillende aspecten van het werk van NAPTIP, die hij samenvat in de ‘Four P’s’: Prevention, Protection, Prosecution en Partnerhips. NAPTIP is geen politieorganisatie, maar werkt wel nauw samen met politie en justitie. Sommige politiemensen of immigratiebeambten zijn bij NAPTIP gedetacheerd vanuit hun eigen organisatie, andere medewerkers hebben een rechtstreeks contract bij NAPTIP.

Wat preventie betreft is NAPTIP net met een nieuwe grote campagne begonnen, waarbij zowel het algemene publiek als scholen, kerken en moskeeën worden bezocht. Over de P van Prosecution, vervolging, merkt hij op dat er tussen 2003 en 2013 208 mensenhandelaren in Nigeria zijn veroordeeld en dat er sinds begin 2014 vier nieuwe zaken zijn geweest die tot een veroordeling hebben geleid. Hij is heel blij met een aangepaste wet die net gisteren door het parlement is aangenomen, waarbij met name de minimumstraffen aanzienlijk zijn verhoogd, van twee jaar in de oude wet naar minimaal zeven jaar in de nieuwe wetgeving. Ook voorziet de nieuwe wet in de vervolging van de zogenaamde ‘baby factories’, waarin vrouwen, al dan niet gedwongen, worden bijeengebracht om kinderen ter wereld te brengen die vervolgens worden verkocht voor adoptie. Eén van mijn reisgenoten kent dit verschijnsel overigens ook van een cliënt uit Rusland, die gedwongen werd om twee baby’s af te staan, voordat ze met een derde baby kon ontsnappen.

Joseph Famakin noemt de Ju-Ju voodoo een belemmerende factor voor vervolging van mensenhandelaren. Hij merkt op dat veel slachtoffers voor vertrek een geheimhouding eed afleggen bij een Ju-Ju priester en dat zij daardoor bang zijn om te getuigen. Ook al zijn slachtoffers overtuigd katholiek of lid van een pinkstergemeente, deze onderliggende oude tradities spelen nog steeds een grote rol en kunnen het slachtoffer beïnvloeden. Ook andere gesprekspartners hebben dit bevestigd, alhoewel men zich er ook van bewust is dat de verwijzing naar Ju-Ju soms ook wordt gebruikt om te proberen een verblijfsvergunning te krijgen. Toch zijn veel slachtoffers oprecht heel bang, wordt door iedereen bevestigd.

Wat de rol van het slachtoffer in het strafproces betreft, geeft Joseph Famakin aan dat NAPTIP cliënten niet dwingt tot het doen van aangifte en ook dat het doen van aangifte geen vereiste is om hulp te krijgen van NAPTIP. Verder merkt hij op dat slachtoffers niet gecriminaliseerd worden, ook niet als ze een strafbaar feit hebben begaan in de periode dat ze zijn verhandeld.

De volgende P die Joseph Famakin benadrukt is de P voor Partnership en hij geeft aan met veel partijen samen te werken, waaronder politie en justitie in Nigeria en in het buitenland, NGO’s en ‘faith based organizations’ ((FBO), IOM en verschillende VN-organisaties zoals Unicef. Hij geeft aan dat veel slachtoffers toch eerder vertrouwen hebben in een NGO of FBO dan in een overheidsorganisatie en dat dit daarom voor hen belangrijke partners zijn.

 
Ondanks dat wij natuurlijk waarde hechten aan de overige P’s, gaat onze grootste aandacht toch uit naar de P van Protection en wat hiervoor is geregeld via NAPTIP. Joseph Famakin legt uit dat er acht NAPTIP shelters zijn in Nigeria. Het shelter in Lagos, dat we later op de dag mogen bezoeken, heeft 60 bedden. NAPTIP heeft professionele maatschappelijke werkers in dienst en biedt begeleiding bij re-integratie. Hij geeft aan dat cliënten in principe maximaal vier tot zes weken in de shelters verblijven, soms korter, maar soms ook langer in uitzonderlijke gevallen. In deze periode wordt na een korte rustperiode gekeken hoe de vrouw (of man, want NAPTIP vangt ook mannen op) het beste kan re-integreren. Ook wordt gekeken of het veilig is om contact op te nemen met familie en anderen in het sociale netwerk van de cliënt. Er is ruimte voor het trainen van vaardigheden, maar soms gaan cliënten ook weer naar school. De training wordt soms door NAPTIP zelf uitgevoerd, soms door partnerorganisaties. In principe is het verblijf in een NAPTIP shelter vooral bedoeld als analyseperiode en gaat de cliënt daarna een re-integratieprogramma volgen, waarbij het re-integratiebudget vanuit NAPTIP wordt verstrekt als er geen andere middelen voorhanden zijn. Na de training komt de cliënt weer terug bij NAPTIP voor een laatste ‘empowerment training’.

Uit informatie op de NAPTIP website is op te maken dat de NAPTIP shelters in Nigeria een totale capaciteit hebben van 293 bedden, waarbij het shelter in Lagos het grootste is:


S/N
LOCATION OF SHELTER
NUMBER OF BEDSPACE
1. 
Abuja
38
2.  
Lagos
60
3. 
Benin
40
4. 
 Uyo
45
5. 
Enugu
30
6. 
Kano
30
7. 
Sokoto
30
8. 
Maiduguri
20
Total no of beds
 
293



Volgens dezelfde website zijn tussen 2004 en juli 2012 in totaal 6.328 slachtoffers opgevangen, 4.655 vrouwen en 1.727 mannen. Daarvan zijn 191 cliënten ondersteund bij terugkeer naar school of het verwerven van beroepsvaardigheden (vocational skills). Daarnaast zijn 453 slachtoffers ondersteund bij het opzetten van hun eigen bedrijf, inclusief een re-integratiebudget. Afgezet tegen het totale aantal cliënten kan op basis van de NAPTIP website dus worden geconcludeerd dat zo’n 10% van de cliënten in deze periode actieve ondersteuning heeft gekregen bij re-integratie. Wellicht heeft dit lage aantal te maken met de beperkte financiële middelen van NAPTIP. Ook is niet duidelijk of met dit aantal alleen de trajecten worden bedoeld die door NAPTIP zelf zijn uitgevoerd, of dat het alle re-integratietrajecten betreft. Dit wordt nog nagevraagd.

 Een heikel punt in de NAPTIP shelters is dat de cliënten niet vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen tijdens hun verblijf. Dit is ook al tijdens de training besproken. Lizzy en Hajara gaven daarbij aan dat dit een veiligheidsmaatregel is om te voorkomen dat slachtoffers opnieuw in de handen van mensenhandelaren vallen. Als tijdens het verblijf bij NAPTIP blijkt dat het veilig is om contact op te nemen met de familie of anderen uit het netwerk van de cliënt, dan gebeurt dit, aldus de maatschappelijk werksters.


In de middag reizen we met maatschappelijk werkster Lizzy naar het NAPTIP shelter in Lagos. We worden vriendelijk ontvangen en mogen na enig overleg foto’s nemen van de opvang, zolang er maar geen cliënten in beeld komen en er geen beelden worden gemaakt van de omgeving waarin het shelter zich bevindt. Op dit moment zijn er 37 vrouwen en kinderen in het Lagos shelter. Als er mannelijke slachtoffers zijn, worden die in een aparte vleugel opgevangen. We krijgen een rondleiding en ontmoeten enkele maatschappelijke werkers. Er is geen gelegenheid om met de cliënten te praten, ook al kunnen we informeel wat uitwisselen als we een pasgeboren baby bewonderen. De moeder verblijft al drie maanden in het shelter, misschien omdat ze zwanger was bij binnenkomst, misschien om andere redenen, dat wordt niet duidelijk. De cliënten slapen in stapelbedden met gemiddeld acht slaapplekken per kamer, er is een –bescheiden- activiteitenruimte, een grote eetzaal waarin de ‘complaints box’ een opvallende plaats inneemt, een kantoor voor de maatschappelijk werkers en er zijn roosters opgehangen met daarop de activiteiten die plaatsvinden.

Met één bezoek aan het NAPTIP kantoor en het NAPTIP shelter in Lagos is het niet te doen om een sluitend beeld te krijgen van wat de organisatie betekent in de bestrijding van mensenhandel in Nigeria en de opvang van slachtoffers. Wat we wel kunnen zeggen is dat de twee maatschappelijk werksters die we tijdens de training hebben leren kennen beschikken over een grote expertise en vol betrokkenheid spreken over hun cliënten. Zij hebben ook vaak langere tijd contact met hun cliënten en nemen daarbij de rol op zich van trajectbegeleiders. Wat het shelter in Lagos betreft dat we van binnen hebben bekeken: het is zeker een stuk armoediger dan de opvang in Nederland, maar de basis is er wel degelijk en de medewerksters maken een geschoolde indruk.

Safe Return in Nigeria: IOM

Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Nigeria, dag 4 deel 1
20 maart 2014

Vroeg in de ochtend staan we klaar voor ons bezoek aan IOM. Net zoals bijna alle kantoren en woonhuizen in de betere wijken van Lagos, bevindt het kantoor van IOM zich achter een toegangspoort. Nadat we zijn binnen gelaten zien we, net als in de andere ‘gated communities’, een brede straat waaraan veel huizen en kantoren staan en die half rond loopt. Het minibuurtje is omgeven door een muur en alle gebouwen hebben ook nog een eigen muur met daarop prikkeldraad en soms ook glasscherven. Ook het COSUDOW shelter bevindt zich in zo’n ‘beschermde buurt’. Ondanks dat we ons nog geen seconde onveilig hebben gevoeld tijdens ons verblijf in Nigeria en ook gewoon met z’n vieren over straat lopen, óók ’s avonds, is het kennelijk toch nodig om dit soort maatregelen te treffen. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met de waarschuwing op de site van Buitenlandse Zaken om ‘extra alert’ te zijn in Nigeria, waarbij met name wordt gewaarschuwd voor gewapende roofovervallen. Onze eigen veiligheidsmaatregelen houden verder in dat we altijd minimaal met z’n tweeën op pad gaan, in de auto voor de zekerheid de deuren vergrendelen en alleen overdag geld pinnen (dat laatste doe ik overigens in Nederland ook). Voor de rest is het vooral een kwestie van je gezonde verstand gebruiken en dat hebben we gelukkig!

We worden allerhartelijkst ontvangen door Winnie Aideyan van IOM en haar medewerkster Julia. Zij geeft aan dat IOM Nigeria al sinds 2002 slachtoffers van mensenhandel begeleidt bij vrijwillige terugkeer naar Nigeria en ook het één en ander heeft gedaan op het gebied van voorlichting en preventie. IOM Nigeria ontvangt over het algemeen van een collega-kantoor in het buitenland bericht over terugkeerders en wacht hen dan op op het vliegveld. Als het mogelijk is, doen ze van tevoren een ‘family assessment’ om te kijken of het veilig is dat het slachtoffer weer contact opneemt met haar familie. Dat doen ze telefonisch of via werkbezoeken en er wordt gekeken waar het slachtoffer vandaan komt en hoe de familie staat tegenover de terugkeerder. Als het vermoeden bestaat dat de familie betrokken is geweest bij de mensenhandel, wordt contact sterk afgeraden en neemt IOM ook geen contact op.

Winnie geeft aan dat het vaak wel, maar niet altijd lukt om de terugkerende vrouwen op te vangen op het vliegveld. Ondanks dat IOM een pasje heeft om achter de douane te komen en zij meestal van het collega-kantoor een beschrijving hebben van de terugkeerder, willen sommige cliënten gewoon geen contact bij aankomst. Het komt voor dat zij de IOM medewerkers welbewust ontlopen en in de massa opgaan bij aankomst. Ook komt het geregeld voor dat er toch familie of een vriendje op de cliënt wacht, ondanks dat veel cliënten aangeven niemand meer te hebben in Nigeria. In bepaalde gevallen bestaat ook het vermoeden dat de vrouw wordt opgewacht door haar handelaar. In alle gevallen probeert IOM de vrouw over te halen toch met hen mee te gaan, om in alle rust te kunnen praten over de mogelijkheden van re-integratie. Tegelijkertijd merkt Winnie op dat IOM de cliënten niet kan dwingen om met hen mee te gaan, want het blijft op vrijwillige basis. Wat daarbij wel helpt is dat het eventuele re-integratiebudget alleen beschikbaar is als de cliënt samenwerkt met IOM of een andere organisatie die de cliënt bij terugkeer en re-integratie begeleidt.

Behalve het geld voor de reis en een bescheiden zakgeld, biedt IOM een overnachting aan voor tenminste één nacht, zodat daarna gepraat kan worden over de re-integratiemogelijkheden, bijvoorbeeld via een ketenpartner. Soms zijn die mogelijkheden goed voorhanden, als een cliënt terugkeert met een re-integratiebudget. Vaak houdt IOM dan de vinger aan de pols bij het besteden van het budget, als er geen andere organisatie is die dit kan overnemen. Soms echter komt de cliënt zonder budget terug en dan zijn de mogelijkheden voor ondersteuning bij re-integratie beperkt. Het wordt niet helemaal duidelijk tijdens het gesprek of IOM dan ook een beroep kan doen op NAPTIP voor re-integratie en dit wordt nog nader uitgezocht.

 IOM wijst ons er op dat Nigeriaanse vrouwen steeds meer in Azië, vooral in de Golfstaten, terecht komen, zoals ook al tijdens de round table op woensdag werd genoemd. Dit lijkt echt een nieuwe bestemming voor slachtoffers van mensenhandel uit Nigeria. Daarnaast gaan veel vrouwen op dit moment naar Frankrijk, Rusland, Spanje en Denemarken, terwijl wij uit ervaring weten dat ook Nederland nog steeds een belangrijke bestemming is. Zij geeft aan na te gaan in hoeverre er data zijn die zij met ons kan delen voor de desk research.

 Gevraagd naar wat zij belangrijk vindt bij de re-integratie van slachtoffers van mensenhandel die terugkeren naar Nigeria, merkt Winnie Aideyan van IOM op dat het allerbelangrijkste is om niets te beloven wat je niet kunt waarmaken. Ook is het belangrijk om geen cash uit te delen, maar ondersteuning in natura, want geld verdwijnt snel, maar steun bij een opleiding of het opbouwen van een bedrijfje kan duurzaam zijn. Sowieso is een goed ‘re-integration package’ essentieel, waarbij niet alleen aandacht moet zijn voor economische ondersteuning, maar misschien nog wel meer voor het versterken van de weerbaarheid, om te voorkomen dat vrouwen opnieuw in de handen van mensenhandelaren vallen, aldus Winnie.

De eerste maanden na terugkeer zijn moeilijk, maar haar ervaring is dat terugkeerders zich uiteindelijk weer goed settelen in Nigeria en blij zijn dat ze weer terug zijn, zeker als de familie daarbij kan ondersteunen. Als het niet veilig is voor een vrouw om naar haar familie of streek van herkomst terug te keren, wordt het moeilijker, omdat Nigeria echt een ‘community based society’ is waar de gemeenschap essentieel is. Tegelijkertijd merkt ze op dat het vaak ook heel goed werkt als vrouwen zich in een ander deel van Nigeria vestigen dan waar ze vandaan komen, omdat ze daar niet bang hoeven te zijn voor hun handelaren en in een nieuwe gemeenschap hun leven weer kunnen opbouwen.

 IOM Nigeria werkt met veel ketenpartners samen, o.a. met COSUDOW, Idia Renaissance en ook met de Immigration Services op het vliegveld en NAPTIP. Ook zij complimenteert ons met de round table, omdat er zoveel partners aanwezig waren. Winnie Aideyan is ook vol lof over COSUDOW en maakt zich zorgen dat het shelter in Lagos eind maart verplaatst moet worden om financiële redenen, omdat de nonnen een betrouwbare partner zijn die altijd bereid zijn om cliënten op te vangen: “They do the work from their heart.” Winnie bevestigt verder de geluiden die we eerder hebben gehoord, namelijk dat medische zorg, incl. SOA/AIDS behandeling, en basisonderwijs gratis zijn in Nigeria en ook toegankelijk. Wel zijn er bijkomende kosten in het onderwijs, zoals bijvoorbeeld uniformen en schoolboeken.

 

 

donderdag 20 maart 2014

Safe Return in Nigeria: Volle bak bij de Round Table, intensieve gesprekken met cliënten en een bevlogen gesprek met Idia Renaissance

Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Nigeria

Woensdagochtend half 10 en de zaal zit stampvol. We zijn er beduusd van. We hadden gerekend op hooguit zo’n 10 stakeholders voor onze ‘round table’, het zijn er bijna 30. NAPTIP, de Immigratiedienst, de politie, advocaten, het Ministerie van Vrouwenzaken, IOM, de immigration liaison officer van de Nederlandse ambassade, veel NGO’s zoals Idia Renaissance, Women Consortium of Nigeria, Caritas Nigeria, de Crime Victims Foundation, ze zijn er allemaal. En bijna allemaal zijn ze met z’n tweeën of drieën, soms in vol uniform zoals de immigratiedienst en de politie. We hebben niet genoeg stoelen voor aan tafel, mensen maken plaats voor elkaar en gaan op stoelen langs de muur zitten. We halen overhaast nog een paar stoelen uit de zaal ernaast. Na de bijeenkomst zullen we een groot compliment van een deelnemer krijgen die zegt: ‘Ik ben al op heel wat bijeenkomsten geweest, maar dit is voor het eerst dat ik al deze spelers bij elkaar zie.’ Hulde aan sister Patricia die dit met eindeloze tripjes naar alle partijen voor elkaar heeft gekregen!

We spreken over de dilemma’s waar we in Nederland en in Nigeria mee te maken hebben, maar ook over wat wél goed gaat. Het is voor iedereen duidelijk dat de problemen groot zijn in Nigeria, niet alleen rondom mensenhandel, maar ook als het om kindermishandeling, incest en huiselijk geweld gaat is er veel rechteloosheid. Wat mensenhandel betreft komt niet alleen buitenlandse handel aan bod, maar ook de grootschalige interne mensenhandel, voor prostitutie, maar ook voor huishoudelijke slaven, vaak nog jonge kinderen als ze worden verkocht.

Er is veel herkenning over en weer tussen de Nigerianen en Nederlanders. Aan beide kanten wordt terugkeer van Nigeriaanse slachtoffers als moeilijk ervaren. Besproken wordt waarom Nigeriaanse slachtoffers in Nederland soms een valse identiteit opgeven en niet de waarheid vertellen over hoe ze zijn verhandeld. Er wordt gesteld dat de vrouwen vaak door een bekende of familielid worden verhandeld en dat vrouwen het gewoon niet aandurven om tegen hen te getuigen, omdat ze dan werkelijk alles verliezen. Bovendien hebben ze vaak nog hoge schulden. Een hulpverlener merkt op dat hierdoor zaken van Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel juist worden verloren, omdat de vrouwen geen openheid van zaken geven en er dus ‘geen zaak’ is. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel waarbij nog minder vrouwen hun mond open doen en hulpverleners, politie en justitie stevig gefrustreerd raken.

Als het om veilige terugkeer van Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel gaat komen verschillende factoren ter sprake die terugkeer belemmeren. Sommige deelnemers denken dat de opvanghuizen in Nederland te comfortabel zijn en dat de Nigeriaanse opvang hier nooit tegenop kan. De Nederlandse hulpverleners merken op dat er niet voor niets in nationale en internationale verdragen basisvoorzieningen zijn neergelegd die gelden voor álle slachtoffers. Je kunt niet bepaalde groepen uitsluiten, omdat ze uit een land komen waar de levensstandaard een stuk lager ligt dan in Nederland. En ook in Nederland geldt dat er grenzen zijn aan wat mogelijk is in de opvang en begeleiding: uitgeprocedeerde cliënten worden uiteindelijk verwezen naar bijvoorbeeld een gezinslocatie met minimale voorzieningen.

Een andere belemmering voor veilige terugkeer die wordt genoemd is dat slachtoffers van mensenhandel soms in grote ‘cargo’s’ worden gedeporteerd, bijvoorbeeld vanuit Italië. Hulpverleningsorganisaties –die sowieso al niet ruim in hun jasje zitten- hebben dan bij lange na niet voldoende capaciteit om alle slachtoffers op te vangen en bovendien horen zij het vaak pas heel kort van te voren.

Ook de rol van de familie is belangrijk: als die een rol heeft gespeeld in de mensenhandel, of als zij hun dochter veroordelen voor wat er is gebeurd, is hereniging vaak moeilijk en soms zelfs onmogelijk. Als aanbeveling wordt gegeven dat een vrouw dan misschien beter af is in een ander deel van Nigeria, zodat ze daar een nieuw leven kan opbouwen. Ook Lagos wordt als een veilige bestemming gezien, omdat het een immens grote stad is met zijn 20 miljoen inwoners.

Maar de allerbelangrijkste belemmering om terug te keren wordt het ontbreken van een duurzaam perspectief genoemd om in Nigeria weer werk of een opleiding te vinden waarmee genoeg kan worden verdiend. Dat is meteen ook één van de belangrijkste aanbevelingen van de Round Table: zorg voor een goed re-integratiepakket, met een budget dat vooral ook flexibel en op maat kan worden besteed, waarbij ook goede opvang en begeleiding is geregeld en er aandacht is voor het sociale netwerk van de vrouw, zoals bijvoorbeeld de familie.

Zelfs als een familielid betrokken is geweest bij de mensenhandel, is het soms wél mogelijk om te bemiddelen door een ander familielid in te zetten om het slachtoffer te ondersteunen. Eén van de deelnemers haalt hierbij het voorbeeld aan van een casus waarin de vader zijn dochter had verhandeld. In overleg met justitie kwam men tot het inzicht dat het gezin beter af was met gerichte steun aan de moeder om haar teruggekeerde dochter op te vangen dan door de vader gevangen te zetten. Het lukte de dochter en moeder om een bedrijfje op te zetten, waar uiteindelijk ook de vader weer bij betrokken raakte, zodat uiteindelijk het hele gezin beter af was.

Daarnaast wordt medische zorg heel belangrijk geacht door de deelnemers aan de Round Table, omdat veel vrouwen (en ook hun kinderen) onvoldoende medische zorg hebben gehad in het buitenland, zeker als ze ongedocumenteerd waren en niet in de opvang zaten. Vooral voor vrouwen die in de prostitutie hebben gewerkt is een goede check-up essentieel in verband met het risico op SOA en Aids. Uiteraard kan daarnaast psychologische hulp en juridische ondersteuning na terugkeer ook heel belangrijk zijn.

Tot slot wordt door alle deelnemers het belang van onderlinge samenwerking en een goede samenwerking genoemd als essentieel voor veilige terugkeer en re-integratie. Deze Round Table wordt daarbij als goede aanzet gezien en er worden driftig kaartjes en telefoonnummers uitgewisseld. Wat ons opvalt is dat iedereen bereid lijkt tot samenwerking, ondanks dat er duidelijk ook tegenstellingen en felle discussies zijn. De tegenstellingen lijken vooral te maken hebben met gebrek aan contact, en als dat er wel is soms een flinke kink in de communicatiekabel.
Er ontstaat bijvoorbeeld een felle discussies tussen een aantal NGO’s en (semi-)overheidsinstanties over de behandeling van terugkerende slachtoffers. Een advocaat zegt: ‘My client came back and she was insulted by male immigration officers who told her that she was stupid to fall in the hands of a trafficker. They held her for hours.’ Ter plekke worden hierover afspraken gemaakt door de vertegenwoordiger van de immigratiedienst die zegt: ‘Please call me next time that you have a client coming back and I will take care that there is a female immigration officer waiting for her.’ Ook wij worden heel open benaderd en we krijgen ter plekke een uitnodiging van de immigratiedienst om vrijdagavond, als we weer terugvliegen, wat eerder naar het vliegveld te komen. Dan willen ze ons rondleiden en laten zien wat ze doen en wat er wél goed gaat. Verder worden we uitgenodigd door NAPTIP om donderdag naar hun kantoor, maar ook naar hun shelter aan de rand van de stad te komen. We zijn heel benieuwd!

’s Middags hebben we onze eerste cliëntinterviews, met zes vrouwen die door COSUDOW zijn geholpen. Dit is een spannend moment, omdat we de vrouwen (en hun meegebrachte kinderen) absoluut op hun gemak willen stellen en willen vermijden dat het ‘aapjes kijken’ wordt. Je zult het immers maar meemaken dat je opeens met vier witte vrouwen in de huiskamer van het shelter van COSUDOW zit. Gelukkig heeft Sister Patricia ook dit goed voorbereid en de vrouwen die komen zijn kind aan huis bij COSUDOW. Zij hebben veel vertrouwen in de zusters en als die zeggen dat ook wij te vertrouwen zijn, willen ze zonder schroom met ons praten. Sommigen zijn al jaren weer terug in Nigeria, maar ze houden nog steeds contact met de zusters en ook met elkaar.

We horen trieste verhalen, maar ook hoopvolle geluiden. Een vrouw heeft haar eigen kapsalon geopend en heeft nu weer een studie opgepakt. Een ander is net getrouwd en zal binnenkort van haar eerste kindje bevallen. Een derde is al als kind verhandeld en heeft na terugkeer in Nigeria meer dan twee jaar bij de zusters in een klooster gewoond. Zij beschouwt de zusters als haar familie, haar enige familie, want ze was pas vier toen ze voor het eerst verhandeld werd en ze kan zich niet meer herinneren waar ze oorspronkelijk vandaan komt.

We krijgen toestemming van de vrouwen om ze te filmen en brengen alleen hun voeten en een deel van hun jurk en handen in beeld, om herkenning te voorkomen. Aan het eind van de middag interviewen we ook Sister Patricia en Sister Bibiana over hun werk bij COSUDOW. Als semiprofessionele filmmakers filmen en ‘cutten’ we fragmenten. Van het ruwe materiaal hopen we uiteindelijk een filmpje van 10 minuten over te houden om aan cliënten in Nederland te laten zien. Gelukkig hebben we een professional ingehuurd die er in Nederland mee aan de slag mag.
’s Avonds spreken we ook nog met de vertegenwoordiger van Idia Renaissance, een organisatie die al vanaf 1999 de strijd aangaat tegen mensenhandel en terugkerende slachtoffers begeleidt bij hun re-integratie, onder ander door het aanbieden van opleidingen die officieel gecertificeerd zijn. Het is een inspirerend gesprek met een bevlogen man, die vol vuur vertelt over wat zijn organisatie doet. In Nederland werken zijn vooral samen met Maatwerk bij Terugkeer, maar daarnaast hebben ze nog veel meer internationale partners en in Nigeria is COSUDOW voor hen een belangrijke partner waarmee ze veel samenwerken.
Net op tijd zijn we terug in het hostel dat door nonnen (niet die van COSUDOW) als een ouderwetse jeugdherberg wordt gerund. We moeten elke avond uiterlijk om half 11 weer binnen zijn, daarna gaat de poort op slot. Uitgelaten komen we om vijf voor half 11 aanwaaien, bijna rennend vanuit het naburig IBIS hotel waar gratis internet is en waar we elke avond na afloop van het dagprogramma werken aan de verslagen, mail en voorbereidingen van de dag erop. De portier kan een glimlach niet onderdrukken, maar kijkt ons voor de vorm nog eens streng aan.
Morgen naar IOM en NAPTIP, we zijn benieuwd!

Safe Return: Krachtgericht werken in Nigeria, trainingsdag 2

Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Nigeria, 18 maart


Het project Safe Return richt zich op het bespreekbaar maken van terugkeer voor slachtoffers van mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld vanaf het eerste moment van opvang in Nederland. Hiertoe is de methodiek Safe Future ontwikkeld, die gebaseerd is op een krachtgerichte benadering van cliënten. Slachtoffers die terug willen keren worden hierop voorbereid en teruggekeerde slachtoffers worden begeleid bij hun re-integratie. Hiertoe wordt in Nigeria samengewerkt met COSUDOW en in Bulgarije met Animus/La Strada Bulgaria. In Nederland participeren zes opvanginstellingen (ACM/HVO Querido, PMW Rotterdam/Humanitas, Jade Zorggroep, Moviera, Het Kopland, Blijf Groep), CoMensha, Pharos en de Stichting Religieuzen tegen Vrouwenhandel in het Safe Return project onder penvoerderschap van de Federatie Opvang.

Van 15 – 21 maart 2014 vindt een werkbezoek plaats naar Nigeria, waarbij o.a. de partnerorganisatie COSUDOW wordt getraind op een krachtgerichte benadering van terugkerende slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast vindt een round table met ketenpartners plaats, en individuele gesprekken met cliënten en ketenpartners. Drie trainers van Het Kopland en HVO Querido en de projectmanager van FO zijn hiervoor naar Nigeria gereisd.



‘A social worker is only part of your life for a short time, your future is much longer than that.’  Zo begint de tweede trainingsdag ‘Krachtgericht werken in Nigeria’.  Het is de reactie van één van de trainers op een zuster die haar cliënt zoveel mogelijk wil beschermen en begeleiden. De deelnemers zijn er weliswaar van overtuigd dat cliënten het zelf moeten zien te redden, zeker in een land als Nigeria waar je weinig sociale voorzieningen hebt, maar de praktijk is weerbarstig en de behoefte om te helpen is groot.

We gebruiken het maken van een krachteninventarisatie en actieplannen als hulpmiddel. Dat is nog wat onwennig, de zusters zijn vaak gewend –met de beste bedoelingen- om veel te willen overnemen van hun cliënten. De kern van krachtgericht werken, dat de cliënt zelf haar beslissingen neemt en dat je als hulpverlener daarin begeleidt, roept de nodige reacties op. Sommige deelnemers denken dat dit toch echt niet gaat, als hulpverlener heb je immers veel meer ervaring. ‘The client is in charge!’ klinkt veelvuldig door de zaal en dit leidt soms tot grote hilariteit. Zeker als bij een rollenspel een hulpverlener het toch weer overneemt van haar ‘cliënt’ en roept: ‘She wants to open a supermarket, but  she really should choose another long term goal!’ De rest van de groep dient haar meteen van repliek: ‘The client is in charge, not you!’

Het werken met de actieplannen gaat een stuk gemakkelijker dan het maken van de krachteninventarisatie, want dat gaat over ‘doen’, de schouders eronder zetten, en dat zit er wel ingebakken. Een grote hit is ook de introductie van het ecogram, waarbij je in een cirkel laat zien wie er belangrijk voor je zijn in je netwerk en hoe je deze ‘bronnen’ kunt benutten. Dit is heel dicht bij huis en de opdracht om een ecogram over jezelf te maken wordt met veel enthousiasme aangepakt.>

Er is ook twijfel. Eén zuster merkt op dat het allemaal mooi en aardig is en dat ze echt veel van ons leert, maar of het nou gaat werken met vrouwen die alleen maar ‘a good and easy life’ willen? Die gaan toch echt geen voedselstalletje openen in Lagos, maar willen zo snel mogelijk terug naar Europa! En hoe zit het eigenlijk met de vraag naar prostituees in Nederland, kunnen wij daar niets aan doen? En preventie, wat doet onze overheid daar eigenlijk aan? Grote vragen en de antwoorden zijn niet altijd eenvoudig te geven. Wel vertellen we dat het Nederlandse Ministerie van Veiligheid en Justitie dit project niet voor niets ondersteunt en dat wij met de methodiek Safe Future vanaf het eerste moment van opvang het óók over terugkeer hebben, simpelweg omdat het voor de meeste cliënten niet mogelijk zal zijn om legaal in Nederland te blijven. En dat we de opties voor een cliënt zo duidelijk mogelijk proberen te krijgen zijn en al vroeg kijken hoe de begeleiding in Nederland kan aansluiten op wat er gebeurt als ze terugkeert naar Nigeria.

Wat daarbij helder wordt is dat het vaak heel lastig is om in Nederland of een ander Europees land al tot in detail te beslissen wat de cliënt na terugkeer gaat doen en hoeveel geld ze nodig heeft voor haar re-integratie. Ook al bereid je het nog zo goed voor met je cliënt, ze is ook een tijd weggeweest uit haar land en kent de lokale situatie soms niet meer zo goed. Dit geldt zeker als ze terugkeert naar een andere stad dan waar ze vandaan komt. Er wordt dan ook gepleit voor meer flexibiliteit in het besteden van het re-integratiebudget: natuurlijk moet het geld goed verantwoord worden, maar het moet ook mogelijk zijn om een plan aan te passen als bij terugkeer blijkt dat het toch niet (helemaal) past.

In de loop van de dag wordt ook duidelijk dat de zusters zelf soms behoorlijk overbelast zijn door het veeleisende werk met de cliënten. Dit ontlokt één van de deelnemers de hartgrondige uitspraak: ‘This training is all about the clients, which is good and we learn a lot from it. But what about us, who takes care of us?!’ Intervisie, supervisie, het is allemaal geen gesneden koek in Nigeria en veel hulpverleners hebben niet de gelegenheid om hun ervaringen met elkaar te delen en bij te tanken. Wij vertellen kort hoe we dit in Nederland aanpakken en het liefst willen ze hier ter plekke mee aan de slag, maar daar is helaas geen tijd meer voor in deze korte training van twee dagen.

Al met al merken we in de loop van deze twee dagen dat er wel iets wordt losgemaakt in de groep. Zoals een zuster het verwoordt: ‘It’s  about attitude change, it’s a new perspective. We have to follow them, not command them, but to guide them.’

Krachtgericht werken zal zeker niet in één keer lukken in Nigeria, en trouwens ook in Nederland hebben we daar meer tijd voor nodig gehad dan een training van twee dagen, maar de wil om op een andere manier te werken met de cliënten is er zeker. Na afloop van de training krijgen we van sommige deelnemers USB-sticks in handen gedrukt, om alvast de PowerPoint presentaties van de training te kopiëren, zodat ze zo snel mogelijk aan de slag kunnen. En wat heel opvallend is, is dat veel deelnemers aangeven dat ze de krachtgerichte methodiek niet alleen voor slachtoffers van mensenhandel kunnen gebruiken, maar ook in het onderwijs aan kinderen,  het omgaan met kwetsbare families en het opbouwen van een eigen professioneel netwerk.

Vandaag was de laatste dag van de training. Morgenochtend is een ‘round table’ waarvan nog niet helemaal duidelijk is wie er allemaal zullen komen (een mooi Nigeriaans lesje voor de Hollanders in ‘loslaten en vertrouwen hebben’. Hoogstwaarschijnlijk zal NAPTIP er zijn, IOM, een vertegenwoordiger van het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken, Caritas Nigeria en wellicht ook de politie. Morgenmiddag hopen we een paar cliënten te spreken en donderdag gaan we eerst naar IOM, dan naar het NAPTIP kantoor en ’s middags naar een NAPTIP shelter. Vrijdagochtend volgt dan hopelijk nog een interview met een cliënt en ’s middags praten we verder met COSUDOW over het Safe Return project in de komende maanden.

Kortom, wordt vervolgd en blijf ons volgen!

dinsdag 18 maart 2014

Safe Return: krachtgericht werken in Nigeria

Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Nigeria


Het project Safe Return richt zich op het bespreekbaar maken van terugkeer voor slachtoffers van mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld vanaf het eerste moment van opvang in Nederland. Hiertoe is de methodiek Safe Future ontwikkeld, die gebaseerd is op een krachtgerichte benadering van cliënten. Slachtoffers die terug willen keren worden hierop voorbereid en teruggekeerde slachtoffers worden begeleid bij hun re-integratie. Hiertoe wordt in Nigeria samengewerkt met COSUDOW en in Bulgarije met Animus/La Strada Bulgaria. In Nederland participeren zes opvanginstellingen (ACM/HVO Querido, PMW Rotterdam/Humanitas, Jade Zorggroep, Moviera, Het Kopland, Blijf Groep), CoMensha, Pharos en de Stichting Religieuzen tegen Vrouwenhandel in het Safe Return project onder penvoerderschap van de Federatie Opvang.

Van 15 – 21 maart 2014 vindt een werkbezoek plaats naar Nigeria, waarbij o.a. de partnerorganisatie COSUDOW wordt getraind op een krachtgerichte benadering van terugkerende slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast vindt een round table met ketenpartners plaats, en individuele gesprekken met cliënten en ketenpartners. Drie trainers van Het Kopland en HVO Querido en de projectmanager van FO zijn hiervoor naar Nigeria gereisd.


Op maandagochtend 9 uur kijken elf zusters in vol habijt ons afwachtend aan, evenals zeven ‘leken’ medewerkers van COSDUOW, twee maatschappelijk werksters van NAPTIP, de Nigeriaanse overheidsorganisaties tegen mensenhandel, en twee medewerksters van Caritas Nigeria. De dag ervoor zijn we, vers geland, meegenomen naar de zondagsmis waarbij de priester ons persoonlijk voorstelt aan de goed gevulde kerk als medewerksters van ‘shelters in Holland that help our women’, wat ons een hartelijk applaus oplevert.

Bij het introductierondje geven sommige zusters aan zich zorgen te maken of de training niet ‘te technisch’ zal zijn, of het allemaal niet te moeilijk zal zijn en of het wel zal aansluiten bij wat ze al doen. Wij van onze kant vinden het ook spannend of een krachtgerichte benadering ook in deze setting gaat werken. Ook verder zijn de verwachtingen hooggespannen. COSUDOW werkt onder moeilijke omstandigheden, het opvanghuis dat ze nu runnen in Lagos moet bijvoorbeeld eind maart verlaten worden voor een nieuwe, goedkopere locatie, en naast inhoudelijke training willen ze dan ook graag advies over hoe ze fondsen kunnen werven. Dat dit niet binnen het bestek van twee dagen training valt, kunnen ze gelukkig wel goed begrijpen. First things first!

Sowieso lopen hoge verwachtingen als een rode draad door deze eerste trainingsdag en daarin verschilt de hulpverleningspraktijk in Nederland niet zoveel van die in Nigeria. Wat opvalt is dat de cliënten, zowel in Nederland als in Nigeria, hoge eisen aan de hulpverleners stellen en vaak meer verwachten dan wij hen kunnen bieden, waarbij een zuster verzucht: ‘Sometimes they think we are Mother Christmas and will provide for everything!’ Hoe ga je daar op een krachtgerichte manier mee om, hoe laat je cliënten hun eigen verantwoordelijkheid nemen, dat zijn vragen waarmee zowel de hulpverleners in Nigeria als in Nederland worstelen. Of zoals een zuster stelt: ‘For a client returning from Germany we had a budget of 500,000 Naira [ongeveer € 2.185] for two years. For this the donor expected us to pay her rent for  two years, school for her children and food and everything. And then she wants to start a supermarket, for which she has not enough money left, but it’s hard to convince her of that.’ Een levendige discussie volgt over wat je wel en niet voor je cliënt doet als hulpverlener en hoe je de cliënt zelf verantwoordelijkheid kunt laten nemen voor het weer opbouwen van haar leven na terugkeer in Nigeria. Het benoemen van de vrouwen als ‘cliënten’ en niet als ‘victim’ of ‘survivor’ slaat ook goed aan, het ontlokt een hulpverleenster de uitspraak: ‘We need to change our mindset. Stop being a mother hen, be a guide!’ Maar lastig blijft het wel, want hulpverleners, en zeker zusters, zijn ‘geprogrammeerd’ om te willen helpen en beschermen. Wat in Nigeria ook zeker een rol speelt is dat de samenleving vrij hiërarchisch in ingedeeld en het krachtgerichte principe van ‘naast je cliënten staan’ in plaats van erboven, roept nog wel wat opgetrokken wenkbrauwen op. Vaak is het toch vanzelfsprekend dat een autoriteit, of het nu een ouder familielid is of een maatschappelijk werker, het beter weet dan de cliënt zelf. ‘It’s for the best.’ Tegelijkertijd is het ook duidelijk dat dwang niet werkt en dat verandering uit de cliënt zelf moet komen, waarbij het ook duidelijk moet zijn dat zij zelf verantwoordelijk is om weer werk te vinden na terugkeer.


De hele dag werken we zo samen aan een krachtgerichte begeleiding van slachtoffers van mensenhandel, waarbij we steeds weer teruggrijpen op de zes basisprincipes van krachtgericht werken: dat mensen de kracht hebben om te herstellen; een focus op krachten, niet op problemen; de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt; de werkrelatie tussen de cliënt en de hulpverlener; het werken in de eigen omgeving van de cliënt en het benutten van het eigen netwerk van de cliënt.

Het opbouwen van vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt krijgt daarbij extra aandacht, want dit is één van de moeilijkste thema’s bij terugkeer. Of zoals een hulpverleenster het verwoordt: ‘You have to understand that your client will not trust you immediately, that she will be hostile. You will have to build her trust by being accountable and trustworthy, if you make a mistake, you will loose her. And only then she will slowly begin to show you her strenghts.’ We eindigen de dag met het opbouwen van een krachteninventarisatie van een cliënt, waarbij de deelnemers afwisselend de rol van cliënt en hulpverleenster op zich nemen. Het is nog wat onwennig en er zal zeker morgen nog hard aan verder gewerkt worden, maar we blikken terug op een goede eerste dag. En zuster Patricia Ebegbulem, de coördinator van COSUDOW, sloot af met de woorden: ‘It was very practical, not technical at all, thank you!’