Bijdrage van Liesbeth van Bemmel
De UNFPA organiseert een driedaagse conferentie over Gender Based Violence voor de Arabische regio. Er zijn vertegenwoordigers van verschillende landen in de zogenaamde MENA regio: Egypte, Tunesië, Palestina, Somaliland, Irak, Algerije en Jordanië.
Het regiokantoor van UNFPA in Egypte heeft het initiatief genomen voor deze conferentie als onderdeel van de projecten in de verschillende landen in de aanpak van GBV en het proces om te komen tot nationale multi sectorale verwijsmechanisme.
Twee weken geleden is via het WAVE netwerk het verzoek uitgezet om hier een presentatie te geven over ketensamenwerking. Ik heb de workshop ingestuurd die ik samen met Riekje Kok heb gegeven op de wereldconferentie in Washington en mijn cv gestuurd. Ik ben uit de aanmeldingen geselecteerd omdat men het model heel interessant vind en omdat ik een presentatie kan geven over Turkije. De Arabische landen vinden de ervaringen vanuit Turkije interessanter dan ervaringen vanuit West Europa omdat de cultuur te ver van hun afstaat.
zaterdag 7 juni 2014
maandag 2 juni 2014
WAVE Coco meeting 26 en 27 mei in Wenen
Bijdrage van Monique Bastinck, Directeur/bestuurder stichting Arosa.
Het belangrijkste item van deze 2 dagen is het gegeven
dat de WAVE van een netwerk naar een Wave foundation over gaat. In het kader
van het aanvragen van Europese subsidie voor de wave conferentie en Wave office
is dit een must. Vandaag staat het bespreken van de statuten van de
oprichting van de Wave foundation centraal. Na een paar kleine aanvullende
opmerkingen kan iedereen zich in de staturen vinden en gaat Maria, de manager,
druk aan de gang om de oprichting van de foundation te formaliseren en om de
aanvraag Europese subsidie in te dienen. Deze moet voor 5 uur ingediend zijn J
Het zijn van een foundation brengt ook het hebben van een board, bestuur met zich mee. Vanuit Nederland heeft Liesbeth van Bemmel, Federatie Opvang zitting in de board. Vanwege de haast zijn er nu een aantal leden gevraagd om zitting te nemen in het bestuur. Op de vergadering in november wordt aan alle leden gevraagd om hiermee in te stemmen.
Het rondje Europa laat weer eens zien dat het in
Nederland ondanks alle bezuinigingen die ons te wachten staan, het toch
redelijk goed georganiseerd is. In veel landen bepaald de politie of een vrouw
naar de opvang kan of niet. Maar niet alle
politieagenten zijn op de hoogte van huiselijk geweld, kennen de
signalen of ze kennen de opvang niet. Een schrijnende situatie. Vaak zijn er in
veel landen maar weinig opvang locaties en kunnen vrouwen even komen om bij te
komen en gaan dan weer terug naar hun man of familie.
Ook op politiek niveau lijkt in Europa de aandacht voor
huiselijk geweld af te nemen. Er zijn wel ministers verbonden aan huiselijk
geweld, maar deze doen er weinig aan of lokaal is er geen plan. Voorbeeld
landen zijn b.v. Italië , Hongarije, Litouwen, Turkije en Estland. Deze landen zaten bij mij in de subgroep en
hier speelde dit zeker.
Een ander probleem wat regelmatig genoemd wordt is dat er
weinig tot geen deskundigheid is op gespecialiseerde hulpverlening. Ook hieraan
willen overheden niet bijdragen. Zodat de deskundigheid die zeker bij de
medewerksters van de opvang wel aanwezig is, zich niet kan verspreiden naar
andere steden en vrouwen die deze hulp zo hard nodig hebben.
http://fra.europa.eu
Op deze site zijn ook interessante vergelijkingen te maken tussen b.v Nederland en andere landen.
Het is een zeer interessant onderzoek. Het eerste in Europa wat op zo’n grote schaal heeft plaats gevonden.
Op de WAVE Coco
meeting die op de maandag om 9 uur van start gaan zijn ca. 40 vrouwen en 1 man
uit Georgië aanwezig.
Het zijn van een foundation brengt ook het hebben van een board, bestuur met zich mee. Vanuit Nederland heeft Liesbeth van Bemmel, Federatie Opvang zitting in de board. Vanwege de haast zijn er nu een aantal leden gevraagd om zitting te nemen in het bestuur. Op de vergadering in november wordt aan alle leden gevraagd om hiermee in te stemmen.
Op de tweede dag was er een interessante lezing van
Ursula Till-Tentschert die voor de FRA
European union agency for fundamental rights een onderzoek heeft gedaan naar geweld tegen
vrouwen, een Europese studie. Je kunt de
resultaten van dit onderzoek lezen op http://fra.europa.eu
Op deze site zijn ook interessante vergelijkingen te maken tussen b.v Nederland en andere landen.
Het is een zeer interessant onderzoek. Het eerste in Europa wat op zo’n grote schaal heeft plaats gevonden.
In de middag hebben we kortgesloten op welke wijze WAVE
foundation een bijdrage kan leveren aan het terugdringen van geweld tegen
vrouwen. Hieruit kwam naar voren dat de WAVE meer moet lobbyen, bijdrage gaat
leveren aan onderzoeken en meer gaat inzetten op deskundigheid van
medewerksters in de opvang op het gebied
van specialistische hulpverlening. Middels werkgroepen wordt hier aan gewerkt
en dit komt op de vergadering in November terug.
In november tijdens de volgende WAVE conferentie, 17/18
november 2015 wordt er ook aandacht besteedt aan het feit dat het Wave netwerk
20 jaar bestaat.
Als vervanger van Liesbeth van Bemmel mocht ik naar deze
wave Coco meeting toe. Ik heb 2 zeer drukke dagen gehad, maar veel geleerd over
de aanpak van geweld tegen vrouwen in
andere landen.
Het feit dat alle Europese landen zich hebben aangesloten
bij dit WAVE netwerk, maar ook de recente gebeurtenissen in Pakistan en
India laten zien dat geweld tegen vrouwen belangrijk is
en elke dag aandacht vereist. dinsdag 15 april 2014
Safe Return in Bulgarije: Krachtgericht trainen in Bulgarije: “Provocation”, “Clarity” en “Beginning”
Dag 5, 11 april 2014 - Door Trijntje Kootstra vanuit Sofia
Het project Safe Return richt zich op het bespreekbaar maken van terugkeer voor slachtoffers van mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld vanaf het eerste moment van opvang in Nederland. Hiertoe is de methodiek Safe Future ontwikkeld, die gebaseerd is op een krachtgerichte benadering van cliënten. Slachtoffers die terug willen keren worden hierop voorbereid en teruggekeerde slachtoffers worden begeleid bij hun re-integratie. Hiertoe wordt in Nigeria samengewerkt met COSUDOW en in Bulgarije met Animus/La Strada Bulgaria. In Nederland participeren zes opvanginstellingen (ACM/HVO Querido, PMW Rotterdam/Humanitas, Jade Zorggroep, Moviera, Het Kopland, Blijf Groep), CoMensha, Pharos en de Stichting Religieuzen tegen Vrouwenhandel in het Safe Return project onder penvoerderschap van de Federatie Opvang. Van 6 – 12 april 2014 vindt een werkbezoek plaats aan Bulgarije, waarbij o.a. de partnerorganisatie Animus/La Strada Bulgaria wordt getraind op een krachtgerichte benadering van terugkerende slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast vindt een aantal gesprekken met ketenpartners plaats, en individuele gesprekken met cliënten en hulpverleners van Animus. Twee trainers van Blijf Groep en HVO Querido en de projectmanager van FO zijn hiervoor naar Bulgarije gereisd.
Tijdens de tweede trainingsdag op vrijdag 11 april komen veel casussen aan bod uit de dagelijkse praktijk van Animus. Het zijn soms heftige zaken, bijvoorbeeld van een cliënt die door haar vader is misbruikt en zelfs een kind van hem heeft gekregen, dat vervolgens ook wordt misbruikt. Hoe kun je zo iemand krachtgericht begeleiden? De deelnemers oefenen het maken van een krachteninventarisatie en actieplan tijdens een rollenspel. Eén deelnemer gaat zo op in de rol van cliënt dat het ons in verwarring brengt, vooral omdat het er op lijkt dat ze echt zit te huilen. Gelukkig blijkt ze vooral acteertalent te hebben!
Het is ook mooi om te zien hoe de methodiek Safe Future in de praktijk werkt: in Nederland is de structurele aandacht voor toekomstopties een aanvulling op de basismethodiek van krachtgericht werken, terwijl het in de landen van herkomst juist andersom werkt: hier is krachtgericht werken een aanvulling op de begeleiding van teruggekeerde cliënten. En samen vormt het een mooie verbinding tussen de hulpverlening in Nederland en de hulpverlening in het land van herkomst.
In de middag wordt ook geoefend met een ecogram, waarin de persoonlijke relaties en het sociale netwerk van een cliënt in beeld wordt gebracht. Daarna is het tijd voor de laatste oefening van deze twee dagen: het maken van een mindmap. De deelnemers brengen met veel creativiteit in beeld wat de training krachtgericht werken hen heeft gebracht. Als allerlaatste wordt hen gevraagd om in één woord de training te evalueren. “Reflection”, wordt er gezegd, net als “Beginning” en “Clarity”, maar ook “Emotional” en “Provocation”. Het is duidelijk dat de training veel in beweging heeft gebracht!
Wij sluiten de werkreis naar Bulgarije af met een korte terugblik samen met Animus en het maken van werkafspraken voor de komende maanden. Want er is nog genoeg te doen! Tenslotte vertrekken we zaterdagochtend om 6 uur weer richting het vliegveld om in Nederland van een zonnig weekend te genieten.
vrijdag 11 april 2014
Safe Return in Bulgarije: Krachtgericht trainen in Bulgarije: “Krachten? Ik?! Hoezo?!”
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
11 april 2014
11 april 2014
Drieëntwintig
maatschappelijk werkers en psychologen van Animus hebben
zich op donderdag 10 april verzameld voor de training Safe Future in Hotel Rila
in Sofia. Ooit een communistisch bolwerk, waar de Bulgaarse partijelite (het
‘politbureau’) genoot van de lichte zalen en ruime balkons, getuigt het hotel
nu vooral van vergane glorie. Met WiFi, dat wel, en meer dan dat heeft de
moderne mens niet nodig.
We zien veel jonge gezichten in de zaal, maar ook wat
oudere, medewerkers van het Crisiscentrum van Animus, van de ‘Moeder en Kind’
afdeling, van de telefonische hulpdiensten voor slachtoffers van geweld en de
Kindertelefoon. Het gemiddelde opleidingsniveau is heel hoog (de meesten hebben
een master’s degree) en de dames (er werkt slechts een enkele heer voor Animus)
hebben hun theorie goed op orde. Er is dan ook meteen herkenning als we spreken
over ‘strength based methods’.
We beginnen met het benoemen van onze eigen krachten en wat
de deelnemers al gebruiken aan krachtgericht werken in hun dagelijkse praktijk.
Wat opvalt is de bescheidenheid, vooral als het gaat om het benoemen van de
eigen krachten. Er ontstaat enige discussie of dit nu ‘typisch Oost-Europees’
is of ‘gewoon’ vrouwen eigen. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.
Wat in ieder geval als een paal boven water staat is dat de methodiek aanslaat.
We oefenen vandaag met het benoemen van de eigen krachten op een zelfgemaakte
briefkaart en het maken van een eigen krachteninventarisatie, die dus over
jouzelf als mens en als hulpverlener gaat. Eén van de hulpverleners merkt op
dat dit zeer ongemakkelijk voelt en dat ze opeens begrijpt hoe dit voor een
cliënt moet zijn die de hulpverlener nog maar nauwelijks kent, maar vaak wel
heel intieme details met haar deelt. Dat is natuurlijk precies de ‘verborgen
agenda’ van deze oefening J.
Ook de oefening over de zes basisprincipes van krachtgericht
werken roept de nodige discussie op. Heel opvallend gebeurt precies hetzelfde
als twee weken geleden in Nigeria: leuk en aardig allemaal, maar: ‘The client
is in charge’?! Of zoals een deelnemer verwoordt: ‘Ja maar, moet je haar dan
geen alternatieven geven als het overduidelijk is dat ze de verkeerde keuzes
maakt?’ De trainers Julia Tchikhatcheva en Danijela Petrovic- Dadic leggen uit
dat dit principe ook in Nederland nog regelmatig ongemak oproept, omdat je als
hulpverlener zo graag wilt helpen en –stiekem- vaak ook nog wel denkt dat je
het beter weet dan de cliënt zelf. Danijela doet aan de hand van een oefening
voor hoe je een cliënt met vragen zelf tot een bepaalde conclusie kunt laten
komen, zonder dat je het als hulpverlener allemaal voorkauwt en het jouw
oplossing wordt in plaats van de hare. Dit werkt heel verhelderend!
De deelnemers aan de training kennen elkaar soms helemaal
niet, omdat ze voor andere afdelingen van Animus werken of nog erg nieuw zijn
in het werk en het is mooi om te zien hoe deze training verbindend werkt.
Sowieso valt ons op hoe collegiaal men is onder elkaar. Animus besteedt heel
veel tijd en energie aan intercollegiale intervisie en supervisie en dat is te
merken.
In een andere oefening worden prachtige kaarten gemaakt
waarin de eigen krachten naar voren komen. Het is duidelijk dat er binnen
Animus veel creatief wordt gewerkt! Ook wordt gewerkt met woorden die herstel
(‘recovery’) stimuleren of juist belemmeren
(‘non-recovery’). Wat ook opvalt is dat het de deelnemers duidelijk moeite kost
om de krachteninventarisatie positief te formuleren en daar ‘krachtbronnen’ aan
te verbinden, vooral als het om het hier en nu gaat. Naar het verleden kan men
met een mild oog kijken en naar de toekomst vol verwachting, maar in het hier
en nu zijn de vrouwen vooral heel kritisch op zichzelf en is het niet snel
goed. Wat ze allemaal niet kunnen hoef je ze niet uit te leggen, maar waar ze
goed in zijn en hun kracht uit halen, vinden ze een stuk lastiger. Met veel
humor en een grote spiegel bereiken de trainers dat krachten die ‘heel gewoon’
worden gevonden, toch worden benoemd en op waarde geschat.
’s Avonds praten we nog even na met Nadia Kozouharova,
national coordinator van het La Strada Programma van Animus, die ook één van
onze ‘key persons’ in het Safe Return project is. Zij is heel tevreden met het
resultaat van het trainingsprogramma en geeft ook aan dat het de medewerkers
aan het denken heeft gezet over hun eigen professioneel handelen, precies wat
we proberen te bereiken. Of zoals één van de deelnemers het verwoordde: “You
need a special attitude to do this and you will really need to build a
relationship of trust with your client to make this happen.”
Morgen (vrijdag 11 april) gaan we een nieuwe
krachteninventarisatie maken, maar nu vanuit het perspectief van een cliënt
waarmee ze in de praktijk hebben gewerkt. Vervolgens wordt daar een actieplan
aan gekoppeld en als we tijd hebben, werken we ook nog met ecogrammen, waarin
het netwerk van een cliënt in beeld wordt gebracht. Morgen is ook alweer de
laatste dag van dit werkbezoek (we vertrekken zaterdagochtend heel vroeg) en
het is ongelooflijk hoe snel deze week voorbij is gevlogen!
donderdag 10 april 2014
Safe Return in Bulgarije: Druk druk drukker: de Nederlandse Ambassade en A 21
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
10 april 2014
10 april 2014
Op woensdagmiddag 9 april hebben we een heel prettig en lang
gesprek met de Nederlandse Ambassadeur in Sofia, Tom van Oorschot, en
beleidsmedewerker Maya Karadimova. Begin mei komt een Nederlandse kamerbrede
delegatie naar Bulgarije en Roemenië om kennis te vergaren over mensenhandel,
dus ons bezoek aan de Ambassade komt heel gelegen. Tom van Oorschot en Maya
Karadimova stellen veel geïnteresseerde vragen over wat het Safe Return project
inhoudt en ter plekke wordt afgesproken om Animus bij het werkbezoek van de
Nederlandse delegatie te betrekken en misschien ook het shelter te bezoeken.
In Roemenië is een politieman gevestigd bij de Nederlandse
Ambassade die zich zowel in Roemenië als in Bulgarije met de bestrijding van
mensenhandel, kindermishandeling, kinderporno en –sekstoerisme bezighoudt.
Enige tijd geleden was er sprake van dat deze post zou worden opgeheven, maar
hij is toch aangehouden door de omvang van het probleem. Van Oorschot en
Karadimova geven aan dat het bijzonder –en zorgelijk- is dat er zoveel
Bulgaarse slachtoffers in Nederland zijn, terwijl Bulgarije tegelijkertijd naar
verhouding zo’n klein land is, bijvoorbeeld in vergelijking met Roemenië.
Na een hartelijk afscheid bij de Ambassade en een mooie foto
met onze nieuwe koning op de achtergrond, lopen we door naar onze laatste
afspraak van vandaag, de ‘new kid on the block’ in Bulgarije, A 21. A 21 is een
van oorsprong Australisch initiatief dat een aantal jaren geleden is begonnen
met opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel in Griekenland en
inmiddels in veel verschillende landen zit, waaronder Thailand, Zuid-Afrika en
Oekraïne. Sinds circa twee jaar zitten ze ook in Bulgarije. Daarnaast heeft A
21 ‘funding agencies’ in Australië, Groot-Brittannië, Noorwegen en de Verenigde
Staten. Het geld komt van ‘private donors’ en lokale vertegenwoordiger Vicky
Rough, een hartelijke en energieke Australische, geeft heel nadrukkelijk aan
dat zij weliswaar ‘a woman of faith’ is, maar dat A 21 geen ‘faith based
organization’ is. Met andere woorden: men evangeliseert niet. Ook wordt er heel
duidelijk onderscheid gemaakt tussen prostitutie en mensenhandel, een ander
heikel punt in het werkveld, en geeft Vicky Rough nadrukkelijk aan zich op
bestrijding van mensenhandel te richten en niet op bestrijding van prostitutie.
A 21 richt zich op de ‘vier P’s’ die ook in het Amerikaanse TIP report (een
jaarlijks wereldwijd rapport over de stand van zaken met betrekking tot
bestrijding van mensenhandel) terugkomen: Prevention, Protection, Prosecution
en Partnership. In Bulgarije heeft A 21 een shelter waar plek is voor zes
cliënten die er langere tijd kunnen worden begeleid. Daarnaast worden veel
slachtoffers ambulant begeleid, waarbij A 21 de kosten op zich neemt voor
huisvesting en vaak ook voor onderwijs en levensonderhoud. In totaal begeleidt
A 21 op dit moment circa 30 cliënten in Bulgarije.
Door ervaring wijzer geworden gelden de eerste drie maanden
van verblijf in het shelter als een ‘closed program’, waarbij cliënten alleen
onder begeleiding het shelter verlaten en ook hun mobiele telefoon afgeven, om
te voorkomen dat ze opnieuw in de handen van handelaren vallen. Soms is deze
periode trouwens korter, afhankelijk van de individuele situatie van een
cliënt. Er is dagbesteding voor de cliënten en de staf probeert de vrouwen zo
snel mogelijk richting een zelfstandig leven te begeleiden.
Ook A 21 loopt tegen de problematiek van licht verstandelijk
beperkte cliënten aan en geeft aan dat deze groep veel extra aandacht nodig
heeft, maar dat ze wel worden opgenomen. Dit geldt ook voor cliënten met
psychiatrische problematiek. Alleen cliënten met een acuut drugs- of
drankprobleem kunnen niet worden opgenomen.
A 21 zoekt de samenwerking met de lokale NGO’s, maar dit
komt nog niet helemaal op gang, men kijkt een beetje de kat uit de boom, is de
ervaring van Vicky Rough. Ze neemt ons daarna mee naar het shelter dat zeer
behaaglijk en ruim is en ronduit luxe voor Bulgaarse begrippen. Daarmee komt
bijna een eind aan een lange dag en reizen we terug naar het hotel, waar
inmiddels ook Danijela Petrovic Dadic van Blijf Groep is aangekomen. Zij komt
Julia Tchikhatcheva van HVO Querido en mij versterken voor de Safe Future
training die we morgen en vrijdag aan Animus gaan geven en waarbij Danijela en
Julia de trainers zijn en ik mag ondersteunen. We zetten ’s avonds nog een paar
puntjes op de i, daarna schrijf ik mijn blog en dan is het de hoogste tijd om
te gaan slapen. Morgen is het weer vroeg dag!
Safe Return in Bulgarije: Druk druk druk: IOM, de grenspolitie en de State Agency for Security
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
10 april 2014
Radoslav Stamenkov van IOM werkt al bijna 10 jaar voor IOM
in Bulgarije en kent het werkveld op zijn duimpje. Afgezien van het gebrek aan
funding dat voor alle Bulgaarse NGO’s en ook voor een intergouvernementele
organisatie als IOM altijd een grote belemmerende rol speelt, ziet hij een
aantal andere belangrijke issues op het gebied van veilige terugkeer. IOM
Bulgarije werkt nauw samen met zijn counterparts in het westen, waaronder
Nederland, maar toch is het aantal terugkeerders beperkt dat gebruik wil maken
van de (bescheiden) mogelijkheden tot ondersteuning. We bespreken dat dit vaak
te maken heeft met wantrouwen ten opzichte van autoriteiten, angst dat ze met
de politie moeten praten bijvoorbeeld, terwijl ze hier niet toe verplicht zijn.
Ook is er angst voor stigmatisering, om als prostituee te boek te komen staan.
Verder observeert Stamenkov dat er veel laagbegaafde cliënten zijn onder de
terugkeerders, die niet in staat zijn om een bedrijf te starten of een baan te
vinden die voldoende betaalt om te kunnen overleven. Daarmee zijn ze enorm
kwetsbaar om opnieuw verhandeld te worden. Hij merkt ook op dat de bestaande
preventiecampagnes in Bulgarije vaak veel te algemeen zijn. Een poster op een
vliegveld is prachtig, maar je bereikt er geen Romameisje mee dat per auto de
grens wordt overgesmokkeld en bovendien niet kan lezen of schrijven. Hij stelt
dat het belangrijk is om als Bulgaarse overheid te erkennen dat de Roma en
Turkse minderheden in Bulgarije specifieke kwetsbare doelgroepen zijn en dat de
preventie daarop afgestemd moet worden. Daarnaast stelt Stamenkov dat het in
Bulgarije ontbreekt aan gespecialiseerde advocaten en rechters en dat
verbetering hierin tot meer succesvolle strafzaken zou kunnen leiden. Het
Nederlandse Helsinki Comité is overigens onlangs een project gestart in
Bulgarije om advocaten hierop te trainen.
Na het gesprek met IOM haasten we ons terug naar Animus,
waar we Dimitrina Boyanova van de Border Police en Olga Rangelova van de State
Agency for National Security ontmoeten. Olga Rangelova houdt zich uitsluitend
bezig met de samenwerking met de Nederlandse politie inzake mensenhandel en
heeft drie weken geleden nog met de politie en opvang in Groningen de terugkeer
van een licht verstandelijk beperkt meisje geregeld, dat vervolgens door Animus
is opgevangen. In die zaak waren drie jonge vrouwen uit de prostitutie gehaald,
maar slechts één wilde aangifte doen en wilde daarna zo snel mogelijk terug.
Rangelova’s betrokkenheid bij de cliënten is heel groot, wat onder andere
blijkt als zij ons vraagt of wij een verklaring kunnen opvragen bij de opvang
dat de cliënt inderdaad bij hen zat in de tijd dat ze eigenlijk haar medische
verzekering had moeten verlengen. Anders moet de cliënt dat in Bulgarije zien
te regelen en dan is de kans heel groot dat uitkomt dat ze in de prostitutie
heeft gewerkt en dat wil Rangelova graag zien te vermijden. Zij legt uit dat de
State Agency door het hele land lokale contactpersonen heeft die contact
onderhouden met de cliënten nadat ze naar hun eigen dorp of stad zijn
teruggekeerd (of zich elders hebben gevestigd). Op die manier heeft ze nog
bijna dagelijks contact met de ‘Groningse’ cliënt die inmiddels terug is bij
haar familie.
10 april 2014
Vandaag (woensdag 9 april) was een enorm drukke dag.
Vanochtend om half 10 zaten we al bij IOM, daarna meteen door naar de State
Agency for National Security en de Border Police, ’s middags een afspraak met
de Nederlandse Ambassade in Sofia en tot slot een ontmoeting met A 21, een
nieuw, van oorsprong Australisch initiatief in Bulgarije.
Vanuit IOM kan steun worden gegeven bij veilige terugkeer en
re-integratie door het verstrekken van een ticket, ophalen van het vliegveld,
onderbrengen in een staatsshelter of het shelter van Animus en het regelen van
praktische zaken zoals een medische verzekering. Maar ook vooraf kan IOM helpen
bij het maken van een risico-inventarisatie.
Stamenkov vertelt dat IOM medewerkers bijvoorbeeld kunnen uitzoeken of
veilige terugkeer naar een bepaalde stad mogelijk is, door ter plekke
poolshoogte te nemen. Ook is er soms een terugkeerbudget beschikbaar,
afhankelijk van uit welk land en met welke organisatie de cliënt terugkeert.
Ongeveer de helft van de Bulgaarse grenspolitie is nu getraind
op het herkennen van signalen van mensenhandel, vertelt Dimitrina Boyanova en
ook in het algemeen curriculum van de politieacademie is enige aandacht voor
het onderwerp. Hier kan echter nog wel het één en ander in worden verbeterd.
Boyanova en Rangelova bevestigen ook de praktijken van de
zogenaamde ‘babyhandel’, waarbij zwangere vrouwen naar Griekenland worden
gebracht om daar hun baby na de geboorte af te staan. In de Griekse wetgeving
is het mogelijk om een kind pas aan te geven nadat het is gedoopt en dit kan
soms wel een maand of langer duren. De vrouwen, vaak analfabeet of
laaggeletterd, ‘ondertekenen’ een document waarin ze afstand doen van hun baby,
zodat de weg openstaat voor adoptie door een Grieks paar. Als het kind eenmaal
is afgestaan, is het bijna onmogelijk om het nog terug te krijgen door de
moeder. Boyanova en Rangelova vertellen dat ze zo’n 7-8 van dit soort gevallen
per jaar meemaken.
Net als andere gesprekspartners bevestigen ook zij dat veel
cliënten moeite hebben om de politie en autoriteiten te vertrouwen en dat dit
terugkeer belemmert. Tegelijkertijd beklemtonen zij opnieuw dat slachtoffers
niet verplicht zijn om aangifte te doen en mee te werken met de politie, ook al
zien zij dat uit hoofde van hun functie natuurlijk wel graag om de daders aan
te kunnen pakken. Daarnaast geven ze aan dat er in Sofia voldoende werk is, met
name in de lager gekwalificeerde beroepen.
woensdag 9 april 2014
Safe Return in Bulgarije: Hulp voor kinderen
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
10 april 2014
Op dinsdagmiddag 8 april bezoeken we de State Agency for Child Protection die zich inzet voor bescherming van kwetsbare Bulgaarse kinderen in het buitenland. Dan gaat het bijvoorbeeld om kinderen, vooral van Roma afkomst, die door hun ouders of andere familieleden worden uitgebuit om te bedelen of te stelen of die seksueel worden uitgebuit. De kinderen komen vooral terecht in Griekenland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Zweden en ook Nederland. Ze worden van jongs af aan ‘getraind’ om te leren bedelen of stelen. Soms reizen ze met hun familie van land tot land en onderwijs volgen ze meestal niet of nauwelijks. Als ze door de politie worden opgepakt, komt het bijna nooit tot een rechtszaak, omdat de kinderen loyaal zijn aan hun ouders of andere familieleden. In 2013 alleen al hadden Milena Dyankova en Mila Tashkova van de State Agency 60 van zulke zaken onder hun hoede van uitgebuite kinderen die onder begeleiding terugkeerden naar Bulgarije. In 27 gevallen ging het om aanzetten tot bedelarij, in 23 gevallen om diefstal en er waren 10 gevallen van seksuele uitbuiting (met meisjes van 16, 17 jaar). De meeste gevallen vonden plaats in Griekenland, gevolgd door Frankrijk.
10 april 2014
Op dinsdagmiddag 8 april bezoeken we de State Agency for Child Protection die zich inzet voor bescherming van kwetsbare Bulgaarse kinderen in het buitenland. Dan gaat het bijvoorbeeld om kinderen, vooral van Roma afkomst, die door hun ouders of andere familieleden worden uitgebuit om te bedelen of te stelen of die seksueel worden uitgebuit. De kinderen komen vooral terecht in Griekenland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Zweden en ook Nederland. Ze worden van jongs af aan ‘getraind’ om te leren bedelen of stelen. Soms reizen ze met hun familie van land tot land en onderwijs volgen ze meestal niet of nauwelijks. Als ze door de politie worden opgepakt, komt het bijna nooit tot een rechtszaak, omdat de kinderen loyaal zijn aan hun ouders of andere familieleden. In 2013 alleen al hadden Milena Dyankova en Mila Tashkova van de State Agency 60 van zulke zaken onder hun hoede van uitgebuite kinderen die onder begeleiding terugkeerden naar Bulgarije. In 27 gevallen ging het om aanzetten tot bedelarij, in 23 gevallen om diefstal en er waren 10 gevallen van seksuele uitbuiting (met meisjes van 16, 17 jaar). De meeste gevallen vonden plaats in Griekenland, gevolgd door Frankrijk.
Als de kinderen door de lokale autoriteiten uit de uitbuitingssituatie
worden gehaald, worden ze onder begeleiding teruggebracht naar Bulgarije. IOM
is hen daarbij behulpzaam. Daar komen ze in staatsinstellingen voor
minderjarigen terecht en wordt na een risico-inschatting gekeken of ze terecht
kunnen bij een betrouwbaar familielid. Als dat niet het geval is blijven ze in
de instelling tot hun 18e. Helaas blijkt in de praktijk dat veel
minderjarigen in deze instellingen extra kwetsbaar zijn en vaak benaderd worden
door mensenhandelaren. Daarmee dreigen ze in een vicieuze cirkel terecht te
komen.
Dit wordt beaamd door Donka Petrova die de National Helpline
for Children leidt, een soort kindertelefoon, die door de State Agency wordt
betaald, maar wordt gerund door Animus. De Kindertelefoon krijgt regelmatig
telefoontjes van jongeren die in een opvanginstelling verblijven en het
slachtoffer dreigen te worden van ‘loverboys’ met mooie praatjes die hen willen
verleiden weg te lopen, om ze vervolgens in de prostitutie te brengen. De
Kindertelefoon is 24 uur per dag bereikbaar en krijgt 300 – 350 telefoontjes
per etmaal, meer dan 10.000 per maand.
Dit zijn niet alleen telefoontjes over geweld en uitbuiting, er komen ook
‘gewone’ problemen aan bod, zoals ruzie met ouders, liefdesverdriet en
problemen op school. Kinderen vanaf een jaar of 10 bellen zelf, maar regelmatig
wordt er ook door ouders, familieleden of andere betrokkenen gebeld die zich
zorgen maken over een kind. De telefonische hulpdienst heeft daarbij ook een
preventieve functie en het is al een aantal keren gelukt om op het laatste
moment te voorkomen dat een minderjarige met onbekende bestemming naar het
buitenland verdween. De bellers blijven anoniem, maar als er echt een dreigende
situatie ontstaat proberen de hulpverleners hen er wel van te overtuigen om hulp
te accepteren en zich bekend te maken.
In het uiterste geval wordt soms met behulp van lokale politie geprobeerd om de
verblijfplaats van een kind te achterhalen, om te voorkomen dat het in
verkeerde handen valt.
Safe Return in Bulgarije: Animus Association/La Strada Bulgaria
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
9 april 2014
We spreken op beide dagen veel medewerkers en ook cliënten
die in het crisiscentrum verblijven dat helemaal vol is. Anni, de directeur van
het Crisiscentrum, vertelt dat er op jaarbasis zo’n 100 cliënten verblijven.
Sommigen maar één nacht, andere drie maanden. Animus is hier flexibel in, het
hangt van de behoeften en de mogelijkheden van de cliënten af. Jongens t/m 12
jaar kunnen met hun moeder worden opgevangen. Vorig jaar werden 35 slachtoffers
mensenhandel opgenomen, grotendeels uit het buitenland en 65 slachtoffers van
huiselijk geweld. Slachtoffers die op
het vliegveld of met de bus aankomen worden opgehaald en naar het shelter
gebracht dat op een geheime plek zit. Bij Animus kunnen ze aanspraak maken op
psychosociale begeleiding, juridische begeleiding, een medische check-up,
begeleiding om werk te vinden, eigenlijk alle begeleiding die nodig is om weer
een zelfstandig leven op te bouwen. In het shelter zijn 24 uur per dag
hulpverleners aanwezig. Voor counseling en bijvoorbeeld ook gespecialiseerde
hulp voor de kinderen kunnen cliënten terecht in het kantoor van Animus.

9 april 2014
Op maandagmiddag en dinsdag maken we nader kennis met Animus
Association/La Strada Bulgaria. Ik ken Animus al vanaf 1998, toen ik nog
algemeen coördinator van het La Strada Programma was en Animus onze nieuwe
partner in Bulgarije werd. Animus was toen al een begrip in Bulgarije, omdat
het de eerste NGO was die zich inzette voor hulpverlening aan vrouwen die het
slachtoffer werden van geweld. Sindsdien is de organisatie alleen maar gegroeid
en tegenwoordig werken er meer dan 55 betaalde medewerkers en nog eens 20
vrijwilligers. Er is een crisiscentrum met 8 bedden, een ‘moeder en kind’ unit
voor residentiële opvang van jonge moeders en een afdeling maatschappelijk werk
(allemaal gefinancierd door de gemeente). Ook runt Animus een nationale
telefoonlijn voor slachtoffers van geweld en een kindertelefoon die allebei 24
uur per dag bereikbaar zijn en door de nationale overheid worden gefinancierd.
Daarnaast is er een centrum voor psychotherapie met speciale programma’s voor
volwassenen en kinderen, waar niet alleen slachtoffers van geweld, maar ook
andere cliënten terecht kunnen. Tot slot verzorgt Animus ook veel training en
wordt er onderzoek gedaan, dat vervolgens weer voor lobby en advocacy wordt
gebruikt. En zo is de cirkel rond.

Net als in Nederland is er bij bijna alle cliënten sprake
van multiproblematiek en ook is er een structureel tekort aan plaatsen. Wat
hierin ook een rol speelt is dat cliënten alleen een beroep op voorzieningen
kunnen doen in de plaats waar zij vandaan komen en meestal is dat niet Sofia.
Dat betekent dat het bijvoorbeeld heel moeilijk is om in Sofia woonruimte
toegewezen te krijgen en een sociale uitkering is al helemaal niet mogelijk. De
vrouwen worden dan ook zo snel mogelijk richting werk begeleid en als wij
overdag in het opvanghuis aankomen zijn bijna alle vrouwen buiten de deur. Aan
het eind van de middag druppelen de cliënten weer binnen en is het mogelijk met
een aantal van hen te praten.
De buitenlandse slachtoffers van mensenhandel die naar
Bulgarije terugkeren komen vooral uit Duitsland en Oostenrijk, omdat Animus
daar nauw samenwerkt met lokale NGO’s die ook veel Bulgaars sprekende ‘cultural
mediators’ inzetten. Vanuit Nederland is drie weken geleden een jonge vrouw uit
een Romafamilie teruggekeerd die licht verstandelijk beperkt was. Anni vertelt
dat het lastig was om haar goed te begeleiden, omdat ze slecht Bulgaars sprak
en zelfs simpele vaardigheden zoals telefoneren niet goed beheerste. De
Bulgaarse politie heeft haar handelaar al heel snel opgepakt en het meisje
verblijft nu weer bij haar familie in de grensstreek met Griekenland en
Turkije. Animus heeft nog één keer telefonisch contact met haar gehad en heeft –voordat
ze naar haar familie terug ging- een risicoanalyse van haar situatie gemaakt.
Het vermoeden bestond dat de familie op de één of andere manier bij de
mensenhandel betrokken was, maar het was niet hard te maken en het meisje wilde
heel graag naar haar ouders terug. Op zo’n moment moet je de cliënt toch laten
gaan en het enige dat je dan kunt doen is zorgen dat ze de contactgegevens van
de hulpverlener bij zich heeft. Bij cliënten die vanuit Animus naar een ander
shelter vertrekken is het meestal wel mogelijk om wat langer contact te houden.
Wat opvalt als wij rondlopen in het kleine shelter is dat
het er heel licht en verzorgd uit ziet en ook heel rustig aan doet. Er zijn in
totaal twee slaapkamers voor de cliënten en een grote woonkeuken. Cliënten en
hun kinderen delen de slaapkamers en over het algemeen gaat dat prima, vertelt
Anni. Ook levert het weinig problemen op dat sommige vrouwen slachtoffer zijn
van huiselijk geweld en anderen van mensenhandel. “Ze weten het vrij snel van
elkaar en praten er ook open over,” vertelt Anni, “Dat hoeft natuurlijk niet,
maar omdat ze letterlijk en figuurlijk veel met elkaar delen, gebeurt het al
snel.”
Op dinsdagmiddag hebben we ook een bezoek afgelegd aan de
State Agency for Child Protection die zich inzet voor bescherming van kwetsbare
Bulgaarse kinderen in het buitenland, die bijvoorbeeld worden gedwongen om te
bedelen of te stelen of seksueel worden uitgebuit. Maar daarover meer in het
volgende blog! Blijf ons volgen!
dinsdag 8 april 2014
Safe Return in Bulgarije: ontmoeting met de National Commission against Traffic in Human Beings en nationaal verwijsmechanisme
Bijdrage van Trijntje Kootstra vanuit Sofia, Bulgarije
8 april 2014
Anita Dimitrova, senior expert van de National Commission
for Combatting Trafficking in Human Beings, is een vriendelijk ogende brunette
die ons op maandagochtend 7 april te woord staat in het kantoor van onze
partner Animus/La Strada Bulgaria. Informeel kunnen we met elkaar praten in het
Duits, Russisch, Bulgaars en een beetje Engels (talen die door minstens één van
ons worden gesproken), maar voor het ‘echte’ interview werpt Donka Petrova van
Animus zich op als tolk.
Dimitrova merkt op dat NGO’s in Bulgarije een essentiële rol
vervullen. Er zijn twee opvanghuizen die door de staat worden gefinancierd, in
Varna en Burgas, maar de dagelijkse begeleiding is in handen van NGO’s. De
capaciteit is beperkt en daarom zijn er twee nieuwe opvanghuizen in
ontwikkeling, waarvan in ieder geval één in Sofia zal worden gevestigd en ook
die zullen door NGO’s worden gerund. Gedacht wordt aan een voorziening die
lijkt op ons ‘begeleid wonen’, waarbij cliënten langere tijd in een appartement
kunnen wonen als overgang naar geheel zelfstandig verblijf.

Ook bij het ontwikkelen van het Bulgaarse verwijsmechanisme
mensenhandel, de National Referral Mechanism, hebben NGO’s een cruciale rol
gespeeld. Onze partner Animus en La Strada International hebben het initiatief
genomen en het Bulgaarse nationale verwijsmechanisme in nauwe samenwerking met
de National Commission, betrokken Ministeries en andere ketenpartners
ontwikkeld. Het Bulgaarse verwijsmechanisme is al in 2010 ontwikkeld, met
financiële steun van o.a. het Nederlandse Matra Programma en biedt een helder
overzicht van alle stappen die gezet moeten worden om slachtoffers van
mensenhandel bescherming te bieden en daders aan te pakken. Het is een
kwalitatief hoogwaardig stuk, waarvan ook bij het ontwikkelen van de Safe
Future methodiek dankbaar gebruik van is gemaakt, met name van het deel dat
over veilige terugkeer gaat.
Het Bulgaarse beleid heeft veel overeenkomsten met het
Nederlandse beleid, waarbij ook sprake is van een bedenktijd (1 maand) en een
tijdelijke verblijfsvergunning als het om een buitenlands slachtoffer in
Bulgarije gaat. De Commission heeft in 2013 154 slachtoffers geregistreerd,
waarbij 2/3 uit het buitenland kwam en en 1/3 uit Bulgarije zelf. Het gaat
zowel om uitbuiting in de prostitutie als om overige uitbuiting. Maar dit is
dus maar het topje van de ijsberg, omdat veel slachtoffers niet meewerken aan
registratie. In Bulgarije zijn politie en NGO’s
ook niet verplicht om gegevens beschikbaar te stellen aan de Commission zoals
dat in Nederland wel bij wet is geregeld met betrekking tot CoMensha. Het zal
geen verbazing wekken dat Dimitrova dit ook in Bulgarije graag zo geregeld zou
zien.
8 april 2014
Het project Safe
Return richt zich op het bespreekbaar maken van terugkeer voor slachtoffers van
mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld vanaf het eerste moment van
opvang in Nederland. Hiertoe is de methodiek Safe Future ontwikkeld, die gebaseerd
is op een krachtgerichte benadering van cliënten. Slachtoffers die terug willen
keren worden hierop voorbereid en teruggekeerde slachtoffers worden begeleid
bij hun re-integratie. Hiertoe wordt in Nigeria samengewerkt met COSUDOW en in
Bulgarije met Animus/La Strada Bulgaria. In Nederland participeren zes
opvanginstellingen (ACM/HVO Querido, PMW Rotterdam/Humanitas, Jade Zorggroep,
Moviera, Het Kopland, Blijf Groep), CoMensha, Pharos en de Stichting
Religieuzen tegen Vrouwenhandel in het Safe Return project onder
penvoerderschap van de Federatie Opvang.
Van 6 – 12 april 2014
vindt een werkbezoek plaats aan Bulgarije, waarbij o.a. de partnerorganisatie
Animus/La Strada Bulgaria wordt getraind op een krachtgerichte benadering van
terugkerende slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast vindt een aantal
gesprekken met ketenpartners plaats, en individuele gesprekken met cliënten en hulpverleners van Animus. Twee trainers van Blijf Groep
en HVO Querido en de projectmanager van FO zijn hiervoor naar Bulgarije gereisd.
De National Commission is een overheidsinstelling en qua
functie enigszins vergelijkbaar met CoMensha. De Commission is verantwoordelijk
voor het ontwikkelen en implementeren van beleid en registreert gegevens met
betrekking tot slachtoffers van mensenhandel. Ook speelt zij een rol in het
verwijzen van slachtoffers naar adequate hulp.
Natuurlijk loopt ook in Bulgarije niet alles vlekkeloos als
het om de implementatie van beleid en samenwerking gaat. Anita Dimitrova merkt
op dat het de Commission niet lukt om de gegevens van alle slachtoffers te
verzamelen, omdat veel slachtoffers zich überhaupt niet melden voor hulp, of
als zij wel zijn geïdentificeerd door de politie of NGO’s regelmatig weigeren om mee te werken. Op zo’n
moment kan de Commission de gegevens niet goed verwerken. Ook in het
samenwerken met buitenlandse partners is er nog wel eens sprake van wantrouwen
over wat er met de gegevens gebeurt, waardoor ook geen volledig beeld kan
worden gegeven. Daarnaast komt de informatie over een terugkeerder vaak veel te
laat, waardoor het moeilijk is om adequate hulp te regelen. Dimitrova benadrukt
dat gegevens anoniem worden verwerkt, maar dat het soms wel nodig is dat de
Bulgaarse politie nog contact met het slachtoffer heeft voor vervolging van de
daders in Bulgarije. Overigens mag een slachtoffer wel
weigeren om hieraan mee te werken en het is ook geen voorwaarde voor het
ontvangen van hulp.
De Commission werkt veel samen met organisaties in Duitsland
en Oostenrijk, maar ook met Nederland heeft men wel contact. Op dit moment
loopt er bijvoorbeeld een zaak van een minderjarig slachtoffer dat terug wil
keren naar Bulgarije. We maken de afspraak om te kijken of CoMensha hierbij
betrokken kan worden, zodat er ook vanuit Safe Return een bijdrage kan worden
geleverd voor een goede re-integratie van dit meisje. Sowieso wordt afgesproken om contact
te blijven houden over veilige terugkeer van Bulgaarse slachtoffers.
woensdag 2 april 2014
3de Wereldconferentie Vrouwenopvang in Nederland
De Federatie Opvang heeft het
initiatief genomen voor de organisatie van de 3de Wereldconferentie
Vrouwenopvang. Met enthousiasme is positief gereageerd op het verzoek van wereldwijde netwerk vrouwenopvang. Natuurlijk
is het organiseren van een dergelijk wereldconferentie een grote uitdaging. Op
dit moment zijn de plannen ver gevorderd.
Geweld in huiselijke kring en geweld tegen vrouwen is wereldwijd een groot probleem. Recente onderzoeken bevestigen dat 1 op de 3 vrouwen in haar leven slachtoffer is van geweld. De vrouwenopvang heeft een belangrijke rol in de aanpak van deze problematiek door het bieden van opvang, bescherming en hulpverlening aan slachtoffers en behartiging van hun belangen. De organisaties in de diverse landen hebben te maken met problemen van gelijke aard, maar soms ook met verschillen. De wereldconferentie biedt een goede gelegenheid om kennis en ervaring met elkaar te delen en tegelijkertijd de aanpak van geweld in huiselijke kring hoog op de politiek agenda te houden.
En nu dan de 3de wereldconferentie in Nederland. Als alle partijen bereid zijn te investeren in deze belangrijke bijeenkomst. Al meer dan 5000 mensen uit verschillende landen hebben hun belangstelling voor deelname aan een derde conferentie te kennen gegeven. We verwachten tussen de 1.500 - 2.000 deelnemers uit minimaal 90 verschillende landen.
Zowel de landelijke overheid als
de gemeente Den Haag staan positief tegenover het initiatief. Den Haag als stad
van Vrede en Recht is de aangewezen stad
en het World Forum, gezien hun ervaring met internationale congressen, de
ideale locatie voor deze grootschalige conferentie. Daarbij heeft het bestuur
van GNWS besloten dat de gemeente Den Haag haar standplaats wordt.
Het ministerie van VWS heeft een
subsidie toegekend voor de opstartfase. Vanuit de Federatie Opvang is een
enthousiaste initiatiefgroep actief die samen met een extern ingehuurd
projectteam op zoek is naar sponsors, internationaal gezaghebbende sprekers en
ambassadeurs, om te zorgen dat de conferentie een groot internationaal succes
wordt. Geweld in huiselijke kring en geweld tegen vrouwen is wereldwijd een groot probleem. Recente onderzoeken bevestigen dat 1 op de 3 vrouwen in haar leven slachtoffer is van geweld. De vrouwenopvang heeft een belangrijke rol in de aanpak van deze problematiek door het bieden van opvang, bescherming en hulpverlening aan slachtoffers en behartiging van hun belangen. De organisaties in de diverse landen hebben te maken met problemen van gelijke aard, maar soms ook met verschillen. De wereldconferentie biedt een goede gelegenheid om kennis en ervaring met elkaar te delen en tegelijkertijd de aanpak van geweld in huiselijke kring hoog op de politiek agenda te houden.
Voor Nederland is het organiseren
van de wereldconferentie een ideale gelegenheid om de opgebouwde expertise
beschikbaar te stellen aan andere landen en om zelf te leren van de ervaringen
in de aanpak van geweld uit andere werelddelen.
De 1e Wereldconferentie
Vrouwenopvang was in Canada in 2008. Daar is het Global Network of Women’s
Shelters (GNWS) opgericht om te zorgen dat het niet bij een eenmalige
bijeenkomst blijft. Nederland was vertegenwoordigd bij de initiatiefnemers en
lid van het interim bestuur. De 2e wereldconferentie vond plaats in
Washington in 2012 en was wederom een groot succes. Beide conferenties voorzagen in een duidelijke
behoefte. Ze gaven een platform aan medewerkers uit opvangorganisaties overal
ter wereld en aan vrouwengroepen/actiegroepen die in hun land – soms tegen de
verdrukking in en daardoor geïsoleerd – werken aan het bestrijden van geweld
tegen vrouwen en kinderen.En nu dan de 3de wereldconferentie in Nederland. Als alle partijen bereid zijn te investeren in deze belangrijke bijeenkomst. Al meer dan 5000 mensen uit verschillende landen hebben hun belangstelling voor deelname aan een derde conferentie te kennen gegeven. We verwachten tussen de 1.500 - 2.000 deelnemers uit minimaal 90 verschillende landen.
Indien u dit initiatief
(financieel) wilt steunen of een internationaal interessante spreker kunt
organiseren, wijzen we u graag op de online brochure voor meer informatie en
contactgegevens: http://www.opvang.nl/3wcws/
zondag 30 maart 2014
"If he does not beat you, how do you know he loves you?" Een beeld van vrouwenopvang in Lahore (Pakistan)
De uitnodiging van Trade Development Authority of Pakistan om te spreken op een
congres voor vrouwelijke ondernemers nam ik graag aan. Niet alleen om deze
vrouwen te inspireren en geïnspireerd te worden, maar ook om te zien en te
horen wat er speelt op het gebied van de opvang bij huiselijk geweld. Dat lijkt
een vreemde interesse als je je bezig houdt met ondernemerschap, maar gezien
mijn project Krachtbedrijf is dat niet vreemd. Voor meer informatie over Krachtbedrijf zie: http://www.josettedijkhuizen.nl/index.php/nieuwsitems/253-krachtbedrijf-voor-vrouwen-in-vrouwenopvang-en-ondernemerschap.html
Na een gesprek met Fauzia Viqar - Chairperson Punjab Provincial Commission on the Status
of Women - werd pijnlijk duidelijk dat er binnen de opvang nog het nodige op
het ‘to do’ lijstje staat. Dit werd zichtbaar tijdens mijn bezoek aan een
Dar-ul-Aman in Lahore, een door de overheid gefinancierd opvanghuis. Deze
lokatie is één van de 34 Dar-ul-Amans in Punjab en gaf op dat moment onderdak
aan ruim 60 vrouwen en bijna 20 kinderen. De vrouwen verblijven slechts 1 tot 2
weken en keren daarna weer terug naar hun gezin. Ze hebben geen andere optie
dan terug te gaan. De kinderen zijn veelal nog bij de vader en de vrouw heeft
gewoonweg geen andere plek om naar toe te gaan. Nieuwe woningen ter beschikking
stellen is in deze overbevolkte stad geen optie. Het bijkomende probleem dat 60
tot 70 procent van de vrouwen in deze regio analfabeet is, helpt niet in hun
economische zelfstandigheid en het opbouwen van een nieuw leven.
Slechts het topje van de ijsberg van vrouwen meldt zich bij de opvang. En als ze dan de
moed hebben verzameld en zich melden, is de ondersteuning zeer beperkt. Er zijn
een handjevol vrijwillige doktoren, psychologen en advocaten beschikbaar, maar
dat zijn er veel te weinig. Middelen om meer experts in te huren, ontbreken.
het terrein van de huisvesting, cultuur en wetgeving. Qua huisvesting zijn de opvanghuizen vaak overbezet en de condities zijn erbarmelijk. Het huis dat ik bezocht, had slaapzalen waar meerdere vrouwen bij elkaar in een bed moesten slapen dat van ellende was doorgezakt. Een gebrek aan voedsel, slechte hygiëne en mishandeling zorgen er voor dat de veilige haven voor herstel ontbreekt.
In de cultuur van Pakistan is een veel
voorkomende stelling dat je bij je man hoort te blijven, ook als hij klappen
uitdeelt en je mishandelt. Het is ook ‘not done’ om de vuile was buiten te
hangen en een vrouw die klaagt over het geweld van haar partner wordt vaak
verweten dat ze wel erg overdreven reageert… Dus het gezegde "If he does
not beat you, how do you know he loves you?" is niet alleen symbolisch…
Op
het terrein van de wetgeving en
uitvoering daarvan waren mijn gesprekspartners positiever. In Punjab, waartoe
Lahore behoort, is wetgeving op geweld tegen vrouwen en meisjes van kracht en
de media heeft een positieve rol gespeeld in het vergroten van de bewustwording
van het thema. In de rechtsgang is nog niet veel vooruitgang geboekt, maar wel
in de aandacht voor het thema partnergeweld. Laten we met elkaar het thema
wereldwijd op de kaart blijven zetten en blijven strijden voor deze vrouwen. Ze
verdienen een leven zonder geweld.
zaterdag 29 maart 2014
WAVE Jaarverslag 2013
Bijdrage van Liesbeth van Bemmel
Het WAVE-network is het Europeze netwerk voor de vrouwenopvang en andere ngo's die zich inzetten voor het stoppen van geweld tegen vrouwen. WAVE staat voor: Women Against Voilence Europe. Vanuit de vrouwenopvang in Nederland participeren we actief in het netwerk, dat tevens onderdeel is van het wereldwijde netwerk van de vrouwenopvang: Global Network of Women's Shelters.
Het jaarverslag van het WAVE network is te lezen is te downloaden via
http://wave-network.org/sites/default/files/WAVE_Jahresbericht_130314_0.pdf
Het WAVE-network is het Europeze netwerk voor de vrouwenopvang en andere ngo's die zich inzetten voor het stoppen van geweld tegen vrouwen. WAVE staat voor: Women Against Voilence Europe. Vanuit de vrouwenopvang in Nederland participeren we actief in het netwerk, dat tevens onderdeel is van het wereldwijde netwerk van de vrouwenopvang: Global Network of Women's Shelters.
Het jaarverslag van het WAVE network is te lezen is te downloaden via
http://wave-network.org/sites/default/files/WAVE_Jahresbericht_130314_0.pdf
Abonneren op:
Posts (Atom)





















